HOOP.

Waar een blogje over het nieuws al toe kan leiden !! Slecht nieuws en goed nieuws. Over veel meer ging het eigenlijk niet.

Nee, ik ben en was niet depressief, ik voel mij niet ellendig, ik ben niet negatief en voel mij een enkele keer wel eens somber. Maar dat is meestal weer snel over.
Ik heb/wij hebben in 2019 ook heel veel geweldige en mooie momenten beleefd met kinderen en kleinkinderen en dierbare vrienden. Ik koester die momenten en put er kracht uit, ook op die momenten dat het even niet zo goed ging.  Ik hoop dat wij dat in 2020 ook weer gaan meemaken. En eigenlijk kan dat ook niet anders met zoveel mooie, positieve en warme mensen om ons heen.

Bijna elke dag zeg ik bekenden maar ook vreemden gedag en schenk hen een glimlach, soms zelfs tot verbazing van de betrokkene(n). Soms krijg ik een glimlach of een korte groet terug en is dat niet zo dan loop ik door en denk bij mijzelf ‘ wat zou jouw dag een stuk leuker en mooier kunnen verlopen’.

Maar aan de andere kant, op ‘macroniveau’, maak ik mij wel degelijk zorgen. Vooral ook omdat wij daar als simpele zielen zo weinig aan kunnen doen. Door ons eigen leven een goede vorm te geven redden wij geen (oorlogs-)vluchtelingen, doen wij bar weinig aan het klimaat en voorkomen wij geen discriminatie en haat jegens minderheden.
Op dat punt vestig ik mijn hoop op onze jeugd. Die jeugd die steeds mondiger wordt en zich afzet tegen de besluiteloosheid van onze regering.
Onze jeugd die steeds vaker laat blijken geen onderscheid te accepteren en samen wil leven in een vredige en leefbare wereld. Als ik hen daar in kan steunen door zo nu en dan mijn stem te laten horen, zal ik dat niet laten.

Hoop is een lichtje in je hart dat vandaag moed geeft en morgen kracht.

Ik herhaal daarom mijn laatste zin in mijn blogje van gisteren;

ZULLEN WIJ DROMEN EN HOPEN DAT AL ONZE WENSEN UITKOMEN !

2019

Alweer een jaar bijna achter ons en een nieuw jaar in het verschiet. Wat moet dat worden ? Terugkijkend zie ik een jaar met heel veel ellende en slecht nieuws over de hele wereld.

Schietpartijen, aardbevingen, mishandelingen, autobranden, discriminatie, oorlog, terrorisme, Erdogan,  pensioenkortingen, CO2 uitstoot, PFAS, Trump, demonstraties, stakingen, burger slachtoffers, Bolsanaro,  slechte geheugens, verzwijgen, vervalsen, corruptie, orkanen, bosbranden, seksuele intimidatie, Orban, moorden, inbraken, grens muren, Wilders, 10.000 leugens, weer niks in de Staatsloterij, impeachment, Baudet, werkeloosheid, Brexit, klimaatontkenners, doping, vliegtuig crashes, IS, verkeersdoden, drenkelingen en zo kan ik nog wel een A4-tje volschrijven.

Eigenlijk moeten wij 2019 zo snel mogelijk vergeten. Of was er ook nog goed nieuws ? Ik doe toch een poging.

Iedereen gaat er dit jaar op vooruit (of is dat fake nieuws?), 10% erbij voor de onderwijzers, 8% erbij voor de mensen in de zorg,  AJAX haalt de halve finale van de Champions League, wij waren 50 jaar getrouwd, de handbal meiden worden wereldkampioen, de aardgaskraan gaat (op termijn) dicht, de voetbalmeiden worden 2e bij de wereldkampioenschappen voetbal, Bert en Ernie komen uit de kast, Nederlanders eten gezonder, in juli hadden wij een warmte record (of is dat slecht nieuws?), Nederland wint het songfestival, Taiwan legaliseert het homo huwelijk, een Amerikaanse makelaar keert 10 miljoen dollar bonus uit aan zijn personeel.

Als ik het zo overzie krijg ik toch de stellige indruk dat mijn lijstje van slecht nieuws in 2019 langer en ingrijpender is dan het povere lijstje met goed nieuws. Ik hoop dan ook maar dat ik veel te bescheiden ben geweest met mijn poging nog wat goed nieuws te verzamelen.

Weet je wat ? We toasten oudejaarsavond om 12 uur op het nieuwe jaar, wensen elkaar traditioneel een gelukkig maar vooral gezond nieuwjaar, kijken nog een half uurtje naar een ogenschijnlijk in brand staande stad, kijken toch even of we een (grote) prijs hebben in de Oudejaarsloterij en beginnen vervolgens vol goede moed, net als andere jaren, aan het jaar 2020 !!

Laten wij hopen dat het het jaar wordt waarin het goede nieuws het slechte overheerst. Waar wij voorzichtig wat stapjes nemen, met elkaar, op de weg naar een schoner milieu. Maar waarin wij met elkaar afspreken dat wij voortaan met elkaar in gesprek gaan, naar elkaar luisteren en vooral elkaar respecteren. Maar bovenal ons daarna houden aan de afspraken die wij met elkaar hebben gemaakt. Misschien wordt 2020 dan toch een goed jaar !!

ZULLEN WE DROMEN DAT AL ONZE WENSEN UITKOMEN !!

HET RAAMPJE.

In de voordeur van onze kleine 3-kamer portiekwoning in Loosduinen zat een klein vierkant raampje. Je weet wel zo’n ding met een draaislotje achter een gehaakt gordijntje.

Dat bleek jarenlang het startpunt voor onze Sinterklaasavond te zijn. Klokslag zeven uur, ik heb het niet helemaal meer paraat dus het kan ook klokslag 8 uur zijn geweest, werd de avondrust in huize Leupen plotseling hevig verstoord door een driftig gebonk op de voordeur.
Verstijfd van schrik bleven wij in onze stoelen zitten. Maar aangemoedigd door onze vader slopen wij toch maar even naar de gang. Vader was kennelijk ook een schijtebroek want hij liet ons altijd voorgaan.

Eenmaal in de gang, ik weet niet meer wie voorop liep ik in ieder geval niet, stak er een hand met een witte handschoen door dat voordeur raampje. Een gehandschoende hand die met flinke vaart tot drie- viermaal toe van die harde pepernoten en andere zoetigheid de gang in smeet.
Of de witte handschoen aan Sinterklaas zelf toebehoorde of aan Zwarte Piet is ons nooit duidelijk geworden. Achteraf denk ik aan Zwarte Piet want zo’n oude man met baard kon nooit zo hard smijten.
Na de vierde worp durfden wij eindelijk richting voordeur te lopen. Je zou door die harde pepernoten immers nog gewond kunnen raken.

Opnieuw aangemoedigd door onze vader opende een van ons, waarschijnlijk de latere Politieman Aad, nieuwsgierig de voordeur. Van de Sint noch Zwarte Piet was nog enige spoor te bekennen, maar misschien wilden wij dat ook helemaal niet.
Voor de deur stond een grote jute zak met een touw en een label dichtgeknoopt. Op de label stond met rode letters “familie Leupen”.
Mijn vader pakte de zak op en naam hem op zijn rug mee naar de huiskamer. Ik verdenk onze moeder ervan dat zij daarna stiekem dat voordeur raampje weer op slot draaide.

Daarna begon het “feest” van het uitpakken. Gedichten waren er niet. Daar was Sint destijds kennelijk niet zo goed in.
Veel van de kadootjes waren snoepgoed, zoals chocoladeletters van de HEMA en marsepeinen wortelen. Maar alle drie de “jongens” evenveel anders was het niet eerlijk. Klein speelgoed en boekjes waren er ook wel bij.
Samen met een kop chocolademelk en een stukje banketletter maakte dat het Sinterklaasfeest in huize Leupen compleet.

De dag na het feest hoorden wij op het nieuws en lazen wij in de Haagsche Courant dat de Sint weer was teruggevaren naar Spanje.

Het voordeur raampje bleef weer een jaar lang hermetisch afgesloten. Maar onwillekeurig keek ik de eerstvolgende weken, als het donker was, even in die richting. Je wist maar nooit zo alleen op die donkere gang.  

Zeg maar één, dan krijg je er twee !

Maanden geleden was mij al bekend dat ik een litteken breukje heb in de omgeving van mijn navel. Teveel informatie hoor ik je nu al zeggen, maar voor het verhaaltje van vandaag is het uiterst relevant. Natuurlijk mag je ook hier stoppen met lezen !

De mensen die ervoor door geleerd hebben, de doctoren dus, vonden dat daar wel iets aan moest worden gedaan. Dus kwam ik na een preoperatief onderzoek in juli van dit jaar op de wachtlijst. En wachtlijsten, tja spreek mij er niet van.
Donderdag 21 november was het eindelijk zover. Een “fluitje van een cent”  verkondigde ik aan iedereen die het wilde horen. Vergeleken bij eerdere operaties stelde dit echt niets voor.

Maar dat liep even anders.

Aanvankelijk mocht ik ook vrijwel direct na de “ingreep” al weer naar huis en kwam mijn voorspelling dus ook gewoon uit. Een fluitje van een cent.
Maar de andere ochtend knapte er letterlijk iets in mijn buik, na tweemaal hard niezen. Eerst nog een zwelling maar al snel een dikke opgezette buik alsof ik maanden zwanger was gepaard gaande met enorme pijnen.
Vervolgens koste het ons ruim 24 uur en twee extra bezoeken aan de spoedeisende hulp om die zelfde mensen, die ervoor doorgeleerd hebben, te overtuigen van het feit dat er toch echt iets in het geheel niet klopte. Bij de derde alarmbel werd ik door de ambulance opgehaald en een paar uur later lag Ernst weer opnieuw op de operatiekamer, die nu vrijwel verlaten leek want het was immers weekend.
“Denkt u maar aan een mooie vakantiestemming, werd mij voorgehouden, dan droomt u daar dadelijk onder de narcose vast wel over, meneer Leupen”.
Voor de 2e keer in 36 uur kwam ook die voorspelling niet uit en werd ik volledig van de wereld geholpen.
Het gevolg; complete oorlog in mijn buik vanwege de operatie, de narcose en de hoeveelheid gas die naar binnen werd gebracht. Weg energie, weg eetlust, weg smaak, weg optimisme en terug enorme pijnen.

We zijn ruim 12 dagen verder en intussen ben ik ook weer 5 dagen thuis. Langzaam krabbel ik uit een dal en zo voelt het ook. Eigenlijk is het verbazingwekkend wat een mens uiteindelijk toch kan verdragen en hoe een op het oog negatieve spiraal toch weer kan worden omgekeerd.
Natuurlijk helpt een meelevende, liefdevolle en zorgzame omgeving daar een buitengewoon belangrijke rol bij.  Het helpt je bij de (voor mij altijd te lange) weg naar volledig herstel.
Ze mogen daarbij volledig op mij rekenen, want zoals altijd geldt “ onkruid vergaat niet”.

Dank voor ieders liefdevolle aandacht en zorgzaamheid. Ik zal weer snel “de ouwe zijn”.

Jullie zijn nog niet van mij af !

Verslaafd aan verveling

Het is vrijdagochtend kwart over zeven. In een overvolle tram ben ik onderweg naar “mijn klusje bij BMW”.
Bij elke halte stappen er meer, nauwelijks uitgeslapen en naar geroosterd brood en eitjes ruikende, mensen in. Allemaal kennelijk op weg naar hun werk of naar school.
Ik moet ruim 35 minuten mee met deze tram dus heb de tijd om te observeren. Ik heb een zitplaats en kan het geheel aardig overzien.

Maar wat ik zie en hoor is niet erg bemoedigend. Er wordt nauwelijks gesproken, laat staan dat men elkaar goedemorgen wenst.
Het “ slagveld” overziend, tel ik in het eerste gedeelte van het compartiment zo’ n 15 mobieltjes die direct bij het plaatsnemen uit de tas of uit de binnenzak zijn getoverd.
Ik schat dat 5 van de 6 passagiers, jong en oud, zich overgeven aan dat kleine zwarte of bontgekleurde ding. Wat ze doen is mij niet duidelijk, Facebook, email bekijken, Whatsappen, Wordfeud spelen of sms’en, het kan allemaal en het gebeurt ook allemaal.

Naast mij heeft een jonge man met een slordig bijgehouden baard plaatsgenomen. Hij draagt een keurig pak en heeft een lederen aktetas op schoot. Hij tovert als zoveelste een mobieltje uit zijn jaszak en veegt nerveus over het kleine scherm. Al zou ik het willen dan nog kan ik niet zien wat hij precies doet. Na een halve minuut verdwijnt het ding weer in de binnenzak. Klaar denk ik. Maar nee, twintig seconden later komt uit zijn tas een tweede, veel groter, mobieltje, liever gezegd een mobiel. Hier opent hij Wordfeud en ik kan overduidelijk zien dat hij op een enorm aantal borden tegelijk lijkt te spelen. Maar een woord leggen doet hij niet. Zijn ogen zitten kennelijk nog dicht op deze relatief vroege ochtend.
Deze handelingen herhalen zich totdat hij bij de halte Spui, bijna te laat, ontdekt dat hij de tram uit moet. Hij stapt haastig op en worstelt zich door de mensenmassa naar de uitgang. Nog net voordat de deuren zich sluiten slaagt hij erin uit te checken en de tram te verlaten. De man heeft het al druk en is al gestrest voordat hij op zijn werk is.

Om mij heen liggen nog steeds diverse mobieltjes op mannelijke zowel als vrouwelijke schoten en wordt er verveeld naar de schermpjes gekeken. Een enkeling heeft oortjes in en luistert kennelijk naar muziek of radio.
Wat er om hen heen gebeurt wordt door vrijwel niemand opgemerkt en of “ men” al bij de juiste halte is wordt over het algemeen te laat waargenomen. Wanneer dat wel gebeurt volgt negen van de tien keer een schichtige vlucht van de zitplaats richting uitcheck automaat respectievelijk uitgang van de tram. Met een zekere regelmaat zitten er hand- of aktetassen of sjaals tussen de deuren die overigens dan gewoon ook weer open gaan. In bijna alle gevallen kijkt het slachtoffer hevig geïrriteerd richting bestuurder alsof deze er wat aan kan doen dat het slachtoffer verslaafd is aan dat vervelende ding zichzelf mobieltje noemend.

Totdat ik bij de halte ben waar ik moet uitstappen, ik neem dat ruim op tijd waar, en langs de cabine van de bestuurder loop. Terwijl de deuren nog open staan en iedereen dus gemakkelijk kan uitstappen zie ik vanuit mijn ooghoeken de bestuurder in zijn zeer comfortabele fauteuil met zijn hoofd enigszins voorovergebogen zitten. Op zijn schoot ligt een mobieltje waarop zijn vingers de overbekende schuifbewegingen maken.
Of hij met zijn tram op tijd bij de eindhalte is aangekomen is mij niet bekend.

Opnieuw stel ik vast dat wij met z’n allen verslaafd zijn aan verveling. Verveling die mobieltje heet.

In de tram blijft het stil. Wat rest zijn ’s morgens de irritante geurtjes van beschuit, gekookte of gebakken eitjes en badschuim. De mobieltjes zelf ruiken gelukkig nog niet.

(Dit blog schreef ik ruim 5 jaar geleden. Het is alleen maar erger geworden)