Moeder

moeder

Het is vandaag zondag 15 januari 2023. Het is koud en er valt ontzettend veel water. Eigenlijk is het helemaal geen winter. Gek genoeg was het 73 jaar geleden vrijwel hetzelfde weer. Het was de dag waarop mijn vader zijn nog jonge vrouw, mijn lieve moeder, ten grave droeg. Zes dagen daarvoor was zij in het ziekenhuis overleden. Waardoor of waaraan zal mij nooit duidelijk worden. Ik was nog te jong, ruim drie-en-een-half jaar. Ik heb er dus vrijwel niets van mee gekregen. Een jong gezin, vader en twee heel jonge kinderen, bleef stuurloos achter. 

Of het komt omdat op mijn leeftijd het lange termijn geheugen beter wordt en het korte termijn geheugen wat minder weet ik niet, maar de laatste dagen moest ik er ineens weer aan denken. Het is geen levenslang trauma maar onwillekeurig vaar ik zo nu en dan mee op de golven van mijn herinneringen en emoties. En vandaag is zo’n dag. Ik voel de sterke behoefte een klein stukje op te schrijven over die eerste jaren van mijn jonge leven. 

Waarschijnlijk hadden mijn ouders even gewacht tot dat de vrede officieel getekend was. De 2ewereldoorlog had immers ruim vijf jaar geduurd en Nederland lag behoorlijk in puin. Alles was op de bon en dat “alles” was dan ook nog betrekkelijk. Eigenlijk was er weinig of niets. Ze moeten gedacht hebben “laten we het even aanzien, komt het allemaal wel goed en is de vrede echte vrede?”. Bovendien hadden zij tijdens de oorlog al een kindje verloren. Mijn oudere broertje, was niet eens een half jaar geworden.

Erg lang hebben ze niet gewacht, want uiteindelijk ben ik al ergens in de maand augustus van 1945 “gemaakt”. Waar mijn vader Ernst en mijn moeder Sjaan toen woonden weet ik niet en kan ik ook niemand vragen. Zij zijn er beiden niet meer en ook de mensen die het hadden kunnen weten zijn er allemaal niet meer. Ik vermoed dat zij in die tijd inwoonden bij de familie Kraal in de Klimopstraat in Den Haag. Vlak achter de kerk aan de Azaleastraat. 

Op 28 mei 1946 zag ik het levenslicht in de Emmakliniek in Scheveningen. Ik werd vernoemd naar mijn grootvader en het werd daarom Ernestus. Mijn roepnaam, zo besloten mijn ouders, werd Erry. Een naam die ik later zelf heb gewijzigd in Ernst. Het verhaal vertelt van het feit dat ik in een biezen mandje heb gelegen omdat de wiegjes op waren. Ik ben er dan ook één van de babyboom generatie. 

Mijn vader was in die tijd een gewone schrijver C, een Rijksambtenaar, bij de Hoge Raad der Nederlanden. Het hoogste rechtsorgaan dat er in Nederland bestaat en mijn moeder was verpleegster in het Juliana kinderziekenhuis. Zij hadden het samen niet echt breed ondanks het feit dat zij tweeverdieners waren. Mijn moeder is vrijwel zeker na mijn geboorte niet meer gaan werken en vanaf dat moment moest mijn vader alleen de kost verdienen.

Dat moet niet meegevallen zijn. Temeer omdat er toen, net als nu, een woningnood bestond. Heel graag wilden zij een eigen huisje. Eind 1949 leek dat te gaan lukken. In de Ockenburghstraat in Loosduinen, tegenover het prachtige bos Ockenburgh, zouden in 1950 een aantal nieuwbouwwoningen worden opgeleverd en een driekamer flatje zou voor ons jonge gezinnetje een uitkomst zijn. Mijn moeder heeft het nieuwe huisje nooit gezien. Zij werd zieker en zieker om uiteindelijk op 9 januari 1950 haar laatste adem uit te blazen.

Al meer dan tien jaar geleden waren dit de eerste paar bladzijden van een poging een eigen boekje te schrijven. Wie weet maak ik het nog eens af. Natuurlijk ruim ik daar dan een prominente plaats in voor mijn moeder. Ook al weet ik niet veel over haar, zij heeft een eigen plekje in mijn hart.

Als vijanden vrienden worden

Nog even en dan is het weer Kerstmis en komt er een einde aan een bijzonder en vooral droevig jaar. Op nog geen duizend kilometer afstand woedt nog steeds een oorlog met catastrofale gevolgen voor de inwoners. Een oorlog die begonnen is door één man die inmiddels te vergelijken valt met die psychopaat die de tweede wereldoorlog begon. 

Onschuldige mensen moeten leven in een onwerkelijke omgeving met verwoeste huizen, ziekenhuizen, energiecentrales en vaak zonder de direct noodzakelijke eerste levensbehoeften. Vele duizenden mensen verloren het leven. Vele families verloren jonge mannen, zonen of echtgenoten die hun leven gaven voor de vrijheid van hun land.
En ondanks Kerstmis is er nog geen enkel zicht op welke vorm van vrede dan ook.

De gevolgen in de rest van de wereld zijn ook nauwelijks te overzien. Tekort aan bijna alles waar mensen in de derde wereldlanden zo dringend om zitten te springen. Steeds verder oplopende prijzen in de supermarkten en onbetaalbaar hoge prijzen voor gas en licht en een inflatie die nauwelijks nog lijkt te beteugelen.

Overvolle asielcentra waar mensen nachtenlang buiten in de kou moeten slapen en teleurgesteld worden in het beeld van dat ‘gastvrije’ Nederland. Dat gastvrije Nederland waar toekomstige centra door buurtbewoners in de brand worden gestoken omdat zij eigenlijk helemaal niet zo gastvrij zijn.

Een regering die niet anders kan dan ‘brandjes’ of liever gezegd branden blussen en met geld smijt uit zogenaamd ‘diepe zakken’. De gevolgen daarvan zullen niet te overzien zijn. Nu zijn wij nog een beetje blij met een loonsverhoging of een verhoging van de AOW of onze pensioenen. Maar over een poosje zullen wij ook daarvoor de rekening gepresenteerd krijgen. 

Terwijl ik dit schrijf realiseer ik mij dat Kerstmis toch het feest van de vrede was. En eigenlijk zou ik nu ook niet weten hoe wij die vrede kunnen vieren. En toen moest ik denken aan dat verhaal over Kerstmis 1914. 

Toen Duitse en Britse troepen bij het Noord-Franse dorp La Chapelle ‘d Armentières vanuit hun loopgraven in de sneeuw en bij een hevige vrieskou, elk in hun eigen taal, Kerstliederen begonnen te zingen.  Een Schotse korporaal hoorde iemand roepen vanuit de vijandelijke loopgraven. Of ze misschien wat tabak wilden. ‘Kom naar het licht,’ riep een Duitser, waarna de Schot het niemandsland betrad. 

Al snel stonden ze te praten alsof ze elkaar al jaren kenden. Wat een tafereel – kleine groepen van Duitse en Britse soldaten, over het hele front.

Ik verwijs je graag naar het hele verhaal door te klikken op deze link.

Wat zou het mooi zijn als Russische en Oekraïense troepen, jonge mannen nog, de handen in een zouden slaan op Kerstavond op die manier het voorbeeld gevend aan hun leiders.

Dan zou  het voor iedereen pas echt het feest van de vrede zijn. 

Het langste woord

lange woorden

Ook bij mij was Duits niet bepaald mijn favoriete vak op de middelbare school. Dat had in eerste instantie te maken met het feit dat mijn Duitse leraar een onsympathieke oudere man was die geen enkele moeite deed om het in die jaren bestaande beeld van Duitsland en de Duitsers enigszins op te krikken. Bovendien pikte hij mij er altijd uit als er in de klas weer eens ‘rottigheid’ werd uitgehaald. Ook al trok ik mijn meest onschuldige gezicht, ik was altijd het overbekende piespaaltje. Pinkelstange in het Duits?

Niettemin slaagde ik voor mijn examen Duits met een keurige 7 omdat ik waarschijnlijk op de meeste plaatsen de juiste naamvallen had gebruikt. Ofwel kennelijk had ik op dat moment voldoende door wat mannelijk, vrouwelijk of onzijdig was. Tegenwoordig gebruik ik, op de weinige momenten dat Ik Duits moet spreken, hetzelfde trucje als Herr Von Reeken.

Maar dan die moeilijk te vertalen en soms vreselijk lange woorden. Ik heb er nog een paar gevonden in het Duits, Joop. Wat denk je van –Donaudampfschiffahrtselektrizitätenhauptbetriebswerkbauunterbeamtengesellschaft en nog mooier Rindfleischetikettierungsüberwachungsaufgaben-übertragungsgesetz. Nog leuker vind ik dat wij in Nederland voor dat laatste woord een kortere vertaling hebben, namelijk rundvleesetiketteringscontroletakenoverdrachtwet. Dat scheelt maar liefst 16 letters. Met Scrabble of Wordfeud zou ik onmiddellijk van je verloren hebben.

Oh ja, en wat zou de Duitser hiervan maken – Potentiaalvereffeningswandcontactdoosafdekplaatjes. Ik ben trouwens ook benieuwd of een verkoper bij Hornbach ogenblikkelijk weet wat je komt halen.

Toen ik de titel van jouw verhaaltje las, dacht ik in eerste instantie aan een nieuw soort blauwe bessen. Maar, ik geef het toe, het was weer zo’n Duits woord waarvan je niet onmiddellijk weet wat er mee bedoeld wordt. Toch heeft Google Translate er minder moeite mee. Het woord wordt zonder problemen vertaald als ‘verslechtering’.  En inderdaad, ook ik ben een ‘grumpy old man’ aan het worden – vroeger was alles beter’.
De pindakaas smaakt niet meer zoals vroeger en de tomaten zijn al lang niet meer wat ze geweest zijn.

Vraag jij mij nu om ook zo’n voorbeeld in het Duits, dan kom ik al snel op fremdschämen”.
Letterlijke vertaald is het plaatsvervangende schaamte en de betekenis is ‘je schamen namens anderen’. Dit is het type schaamte dat je voelt als iemand iets doet of zegt waar je de ogen uit je kop voor zou schamen als je het zelf zou doen. Deze uitdrukking vat zo ongeveer alles samen van wat je voelt als je Twitter bezoekt of naar YouTube filmpjes kijkt.  Eigenlijk is het ook een vorm van normvervaging. En dat is vandaag de dag schering en inslag in Nederland en misschien wel in Duitsland ook. ‘Kette und Schuss’ zegt Google.

Ernst

Verschlimmbessern

De Duitse taal is een prachtige, rijke taal. Het is alleen jammer dat ik dat pas na mijn 55e heb ontdekt. Op de middelbare school heb ik het vak Duits laten vallen zodra dat maar mogelijk was. Ik kon de naamvallen en dat ‘Der’, ‘Die’, ‘Dem’, ‘Das’, ‘Sie’, ‘Ihnen’, Ihrer’ ‘Euer’ nooit uit elkaar houden en, eerlijk gezegd, nog steeds niet. Inmiddels heb ik een techniek ontwikkeld om die woorden binnensmonds te mompelen waardoor niemand merkt dat ik maar wat probeer. Men vraagt mij zelfs wel eens voorzichtig uit welke streek van Duitsland ik kom. Een groot compliment. Mijn moeder (sprak 6 talen met alleen lagere school op zak) zou trots op me zijn. Bluffing your way through Germany.

Waar ik in de Duitse taal nooit aan zal wennen is dat aan elkaar plakken van allerlei woorden tot een lengte waarvoor je drie Scrabbleborden naast elkaar nodig zou hebben. Bijvoorbeeld ‘Lieferkettensorgfaltspflichtengesetz’, een woord dat regelmatig in de Duitse media rondgaat. Leveranciers moeten nml. precies gaan aangeven waar alle onderdelen of ingrediënten van hun product vandaan komen. Een nachtmerrie voor producenten maar ethisch gezien wel een stap voorwaarts.

Een prachtig woord daarentegen vind ik ‘verschlimmbessern’. Een niet goed te vertalen werkwoord (verslechtbeteren?) wat zoiets betekent als een product of dienst willen verbeteren waardoor het eigenlijk slechter is geworden. Ik ken daar veel voorbeelden van. Het probleem is dat je dan al gauw in de hoek van de ‘grumpy old men’ wordt gezet die de hele dag zeuren dat vroeger alles beter was. Maar inmiddels hoor ik steeds meer jonge mensen dit woord gebruiken. Geen wonder. Met iedere software update zit ik met samengeknepen billen als de nieuwe versie voor de eerste keer opstart om niet zelden te ontdekken dat twee problemen zijn opgelost en er tien nieuwe zijn bijgekomen.

Deze week was het AutoBild dat zich met een krachtig protest van dit woord bediende. Het idee dat iedere auto een rijdend computerscherm moet worden, leidt regelmatig tot belachelijke ‘verbeteringen’. In de laatste lichting Volkswagens bijvoorbeeld ontbreken de draaiknoppen voor de airco en het radiovolume en zijn vervangen door twee sliders op het beeldscherm, vlak naast elkaar en op forse afstand van de bestuurder. Ziet u het voor je? Op een hobbelige weg proberen met je vingers precies de juiste instelling te vinden, om meestal te ontdekken dat de radio harder gaat terwijl je het eigenlijk warmer wilde hebben. ’s Avonds zijn de sliders onverlicht en wordt iedere poging zinloos. VW heeft inmiddels beterschap beloofd.

BMW was één van de weinige automerken die een vrijwel perfect systeem had ontwikkeld voor de menubediening: de ‘IDrive’. Een grote knop naast je stoel waardoor je met draaien en drukken soepel door je beeldschermmenu werd gevoerd, zonder de aandacht van de weg af te leiden. En wat doet BMW? “In onze nieuwe modellen kiezen we voor een ander bedieningsconcept”. Na een testrondje vroeg AutoBild zich af of ze in München helemaal gek waren geworden.

Ik kan nog wel even doorgaan maar zou het eigenlijk leuker vinden als anderen met voorbeelden komen van ‘Verschlimmbessern’. En denk daarbij niet alleen aan software. De koekjes waar ik zo gek op was, zijn na een ‘verbeterde receptuur’ ook niet meer wat ze waren. Ik ben benieuwd!

Joop

Bij de illustratie: ‘s Ochtends het brood, ‘s avonds het bier. Zelfde woord, ander geslacht. Hier in huis snapt alleen Verena dat. (titelpagina van een boek door Marlène Fischer)

Energiecrisis op zijn Duits

Het leuke van aan de grens wonen is dat je twee landen ieder naar de volksaard ziet reageren op actuele ontwikkelingen. We zagen dat al in de omgang met Corona maar nu weer met de energiecrisis.

In Duitsland is dat laatste hét gespreksthema bij de bakker en in de bierhallen. En er is duidelijk meer paniek dan in Nederland. De kranten openen er vrijwel dagelijks mee en de bijlagen over energiebesparing zijn vuistdik. De Stadt Bocholt heeft ons een paar maanden geleden zelfs een officiële brief gestuurd om ons voor te bereiden op ‘wat er mogelijk op ons afkomt’. Een brief die ons met zijn ‘doomsday’-stijl direct in de tochtwerende gordijnen joeg en ertoe leidde dat er nu een state-of-the-art houtkachel in onze woonkamer staat. Want als je geen stroom en verwarming hebt…

Het was, net als in de Duitse politiek, wel even wikken en wegen tussen ons milieugeweten en de angst voor een steenkoud huis. Maar de in Duitsland verkochte houtkachels worden door de TÜV en vele andere keuringsinstanties getest en van groene zegels voorzien dat het een lust is. Vervolgens krijg je van de schoorsteenveger – een machtige instantie in Duitsland die je bij zo’n aanschaf verplicht moet inschakelen – een heuse instructie hoe je zo milieuvriendelijk mogelijk stookt, samen met – jawohl! – een keuringsrapport van kachel en schoorsteen.

In de Duitse politiek ging het als gezegd niet anders. Het soms verbazend goedgelovige Duitsland heeft zich voor de gasvoorziening voor 90% afhankelijk gemaakt van Rusland en plukt daar nu de zure vruchten van. Maar Duitsland zou Duitsland niet zijn als ze dat probleem niet met grote inzet zouden aanpakken. En dat schijnt te lukken. Er worden met spoed LNG-terminals gebouwd, contracten met nieuwe leveranciers afgesloten, de gasbuffer is al bijna 95% gevuld en de omschakeling op alternatieve energiebronnen, in Duitsland sowieso alom aanwezig, wordt nog eens versneld. En zoals vaak in Duitsland: geld speelt geen rol.

Maar nou komt het. Voor het eerst zijn de Groenen in Berlijn aan de regering. En uitgerekend de Groene ministers voor Energie en Milieu hebben nu moeten besluiten de inzet van CO2 brakende (bruin)kolencentrales op te schalen en de laatste kerncentrales langer aan de praat te houden. Daarbij speelt een rol dat het verouderde stroomnet in Duitsland, mede door de redelijke onafhankelijkheid van de Bundesländer (provincies), een chaos is en de overproductie aan windenergie in Noord-Duitsland niet naar Beieren kan worden getransporteerd, waar stroomkrapte heerst door uitval van Franse leveringen. Onder de streep: soms moeten windmolens in het noorden worden uitgeschakeld omdat men de stroom niet kwijt kan, terwijl in Beieren een kolencentrale meer CO2 uit moet braken om tekorten dáár aan te vullen.

Maar wij zitten sinds vrijdag enigszins gerustgesteld bij ons ‘derde scherm’ (de houtkachel) knus TV te kijken, op de IPad te spelen of een tijdschrift te lezen en besparen tegelijk op de gasrekening. ‘Zaten’, moet ik eigenlijk zeggen. Want in dat tijdschrift vond ik een verontrustende brief van de uitgever: “Omdat voor het drogen van de drukinkt erg veel gas wordt verbruikt, kunnen wij niet garanderen dat het tijdschrift de komende maanden in druk verschijnt”. Paniek!

Joop