Daar heb ik nou net geen zin in

De wind raast weer eens met kracht 8 langs ons gebouw en af en toe blazen zware windstoten tegen de ramen die je een beetje angstig maken. Als je goed kijkt zie je zelfs de ruiten zich buigen uit een soort van respect voor de storm. Buiten is het vijf graden en binnen hangen wij onderuit op onze bank en zien op de televisie de ene na de andere reclame voor de meest bijzondere en exclusieve reizen de revue passeren.

Aan aanbod geen gebrek. Iedere avond worden wij ongevraagd bestookt met meer dan tien aanbieders van alle vormen van vakantie. Zo worden wij lekker gemaakt met de meest mooie locaties, simpelweg omdat kennelijk Eliza daar al geweest is. Wie Eliza is wordt aan onze fantasie overgelaten. Dan is er die mooie meneer die op een ligstoel tegen zijn dochtertje roept dat hij die plastic kruising tussen een rubberboot en een cabriolet een ‘beetje eng’ vindt. Waarop die bijdehante dochter roept “maar ik ben er toch bij”. Vrijwel direct staat papa op laat zijn cocktail staan en antwoordt “ja, daar heb je wel een punt”.
In een volgend reclameblok komt dat amusante stel nog een keer terug als papa, op verzoek van zijn dochter, een drankje heeft gehaald en zij vervolgens verzucht “daar had ik nou net zininin in”.
Dan heb je nog die twee, licht gezette, broers Cor en Don die in hun nette witte overhemd met rode stropdas gezellig samen op een opblaas vliegtuig het (Turkse) reisbureau aanprijzen voor al onze reizen naar de zon. Of zij werkelijk broers zijn wordt niet duidelijk maar qua omvang lijken zij wel op elkaar. Met hun vliegtuig zou ik echter niet naar de zon willen vliegen.

En zo wordt ons in deze winderige en natte winter allerlei droomvakanties voorgeschoteld. In goed Nederlands ‘een offer you can’t refuse’.

Nou wil het toeval dat wij met elkaar in de Componist op één van de mooiste locaties van Den Haag wonen. Het prachtige landgoed Meer en Bosch vrijwel voor de deur en het strand en de zee op een kwartiertje lopen. Binnenkort ontvouwt zich in en boven dat bos weer een groene gloed van ontluikend groen en zullen de sneeuwklokjes, de wilde hyacintjes en de krokusjes het kleurenpalet compleet maken. Eigenlijk is er maar één klein probleempje. De zo idyllisch gelegen Taverne Meer en Bosch is helaas gesloten, waardoor een korte rustpauze met een kopje koffie of een lekker glas koude witte wijn deze zomer waarschijnlijk niet meer mogelijk is. Een prima alternatief is echter het landgoed Ockenburgh. Het is wat verder lopen maar het terrasje daar is zeker aan te bevelen.

Wat mij betreft zullen Cor en Don, Eliza, de vader en zijn bijdehante dochtertje, of hoe alle andere ‘influencers’ ook heten, mij niet kunnen verleiden tot het boeken van een droomreis, ook al is het nog zulk slecht weer. Het enige dat zij op korte termijn zullen bereiken is dat zij hoog zullen scoren op de nominatielijst voor de Loden Loekie. Daar zullen de papa en zijn dochtertje, wat mij betreft, vrijwel zeker op nummer 1 komen.

LIFT PERIKELEN

Het is de zaterdagochtend voor de Kerst rond 11 uur. Ik heb zojuist de extra dikke Kersteditie van mijn krant uit de brievenbus gehaald samen met een handjevol kerstkaarten die hun reis met de postduif van Post NL precies op tijd hebben kunnen voltooien. Met de krant onder mijn arm en de kaarten in mijn linkerhand wil ik in de lift stappen als ik nog drie mensen aan zie komen, die kennelijk ook naar boven willen. Beleefd als ik ben, houd ik de liftdeur even voor ze open zodat zij niet zo lang hoeven te wachten. Er is immers maar één lift in ons gebouw van elf etages.

Een kleine man met een grijs sikje en een bontmuts op zijn hoofd stapt in met in zijn rechterhand een tasje met zes jeu de boules ballen. Hij drukt op het knopje van de elfde etage. Een kleine tamelijk omvangrijke dame met rollator en onder haar arm de kersteditie van een groot Amsterdams dagblad stapt achter haar rollator ook binnen. Zij wil naar de tiende etage. De laatste die instapt is een knappe jongedame met een blauw hoofddoekje, kennelijke een medewerkster van de Thuiszorg op weg naar een klant die misschien al een paar uur zit te wachten op het moment waarop hij/zij zal worden gedoucht. Zij wil naar de zevende etage. Wij wensen elkaar vriendelijk goede morgen en de deuren sluiten zich.

Kort nadat onze lift zich in beweging heeft gezet, op weg naar boven, begint de lift onheilspellend te rammelen en te schokken en komt ergens tussen de vierde en de vijfde etage plotseling tot stilstand. Wij kijken elkaar geschrokken en verbaasd aan.

“Laat mij maar” zegt de man met de bontmuts, “ik heb HTS Werktuigbouw gestudeerd” en hij drukt zelfverzekerd op de gele alarmknop en houdt deze 8 seconden vast. “U bent verbonden met de helpdesk van ….(piep) wij staan 24/7 voor u klaar, een ogenblik geduld” horen wij uit de luidspreker en kort daarna horen wij de beltoon een aantal keren overgaan waarna wij plotseling een kerstliedje te horen krijgen. “Driving home for X-mas” klinkt heel toepasselijk en luid door de lift.  Als het liedje na enkele minuten opnieuw wordt gestart beginnen wij onrustig en zenuwachtig te worden.

“Dit is al de derde keer dat ik vastzit in deze rot lift”, klaagt de vrouw met de rollator waarop de jonge vrouw met het blauwe hoofddoekje opmerkt ‘dat mevrouw X nu wel erg laat zal worden gewassen”. De man met de bontmuts en het grijze sikje begint ook zijn geduld te verliezen en maakt uit boosheid een sprongetje met beide benen. Alsof hij zojuist een succesvolle worp met een van zijn jeu de boules ballen heeft voltooid. Met een luide klap komt hij op de bodem van de lift terecht en dan zakt de lift met een enorme schok nog een meter naar beneden.

Op dat moment krijg ik een klap in mijn rechterzij en schrik ik angstig wakker. Mijn vrouw kijkt mij met grote slaperige ogen aan en zegt “waar ben jij nou mee bezig? Je riep luidkeels in je slaap, k…bedrijf nu ga ik verhuizen”.

Ik wrijf mijn ogen uit en kom langzaam bij mijn positieven. Ik besluit in het vervolg wat meer gebruik te maken van het dubbele trappenhuis. Je weet maar nooit! En het is nog goed voor de conditie ook.

Vluchten kan niet meer – vervolg

Na een onrustige nacht vol angstige spookbeelden over de toekomst van ons landje, dacht ik vanmorgen bij het opstaan over de eerste schrik heen te zijn. Verzoend met de geachte van een (uiterst) rechtskabinet had ik mij nog allerminst en dat zal voorlopig ook nog niet gebeuren.

Maar toen zag ik vanmorgen de eerste prognoses nadat het gisterenavond alleen nog maar de exitpolls waren. De zetelverdeling was geen verrassing meer, zij het dat de PVV er nog weer twee zetels bij had gekregen. Maar het was het landkaartje waarom ik mij opnieuw dood schok.

Is het echt waar? Zijn die licht blauwe kleuren echt de delen van Nederland waar de kiezer besloten heeft om op Wilders te stemmen? En is het echt waar dat alleen rondom Enschede is gestemd op Omzigt? En zijn Groen Links/PVDA en de VVD landelijk gezien zo weggevaagd? Is het werkelijk zo erg? Opnieuw staat het plaatsvervangende schaamrood mij op de kaken.

Dat wordt nog erger als je naar het plaatje kijkt waarop is onderzocht of de PVV-stemmers bereid zijn compromissen te sluiten op voor hen kennelijk uiterst belangrijke zaken. Nee, ze willen geen compromissen over een asielstop (79%), nee ze willen geen compromissen over hoofddoekjes (64%) en nee ook niet over moskeeën en de koran.

Juist die punten waarover Wilders de laatste dagen had beweerd dat die wat hem betreft (voorlopig) in de ijskast kunnen.
Het ging de kiezers op de PVV toch juist om vertrouwen in de overheid? Vertrouwen zij er dus op dat Wilders helemaal niets in de ijskast zet en zijn punten uit zijn programma gewoon zal gaan uitvoeren? En met wie dan? Voor mij is de man nu al door het ijs gezakt of hij kent zijn kiezers toch minder goed dan dat hij steeds beweert.

De buitenlandse pers kopte vanmorgen dat Nederland nu eindelijk zijn eigen “Trump” heeft.
Een beter vergelijk is niet mogelijk! Heel lichtblauw Nederland heeft daar dus voor gekozen. Ondanks het feit dat men had kunnen weten dat hij de hulp aan Oekraïne wil stopzetten, dat hij een vriend van Poetin en Rusland is, dat hij de grenzen wil sluiten, dat hij voor een Nexit is, dat hij ontwikkelingshulp wil afschaffen, dat hij hoofddoekjes in publieke gebouwen en functies wil verbieden en dat hij de financiering van de NPO wil stopzetten. Of wisten ze dat allemaal al en hebben ze juist daarom op hem gestemd? Uiterst zorgelijk.

Nog niet zolang geleden waren wij er trots op dat wij het meest gastvrije land van Europa waren en dat wij een voorbeeldige multiculturele samenleving hadden. Niets blijkt minder waar. Wij zijn terug bij af en niemand ontvangt € 200,-. Nederland is geen gastvrij land meer en de Nederlanders worden steeds onverdraagzamer en bozer. Is dat allemaal de schuld van die buitenlanders of van de politiek? Wordt door Wilders de woningnood opgelost? Wordt door Wilders de zorg betaalbaarder? Komen er door hem ineens veel meer verpleegkundigen, politieagenten en onderwijzers? Ik vrees van niet.

Nederland kleurt blauw en als wij niet uitkijken wordt het steeds blauwer. Vluchten kan niet meer – of zal ik toch maar emigreren?

“Vluchten kan niet meer”

Acht jaar geleden schreef ik onderstaande tekst en tot mijn verdriet moet ik constateren dat er geen spat veranderd is. Misschien is het vandaag nog wel erger dan toen.

Buiten schijnt voor het eerst sinds een paar natte en grijze weken weer de zon. Eigenlijk zou ik dus blij en vrolijk moeten zijn, maar ik betrap mijzelf erop dat ik dat niet ben.

De wereld staat in brand en waar wij dat decennialang buiten ons kikkerlandje hebben weten te houden is het ook hier nog steeds goed mis. De gastvrijheid en vooral de tolerantie is ver te zoeken. De grenzen zijn bereikt volgens de hoofdzakelijk rechtse partijen.

Ik zie en hoor mensen de meest afgrijselijke dingen zeggen, roepen en schreeuwen om niet te spreken van de verschrikkelijke persoonlijke aanvallen op bestuurders en op onze “gasten”. Gasten die de verschrikkingen van uiterst wrede oorlogen hebben weten te ontvluchten en hier op zoek gaan naar gastvrijheid en rust.

Mensen lijken bang om hun verworvenheden te verliezen; mensen lijken bang voor de veiligheid van hun kinderen; mensen zijn bang dat de waarde van hun huis zal dalen; mensen zijn bang voor hun baantje en sommige mensen zijn zelfs bang dat hun dochters niet meer in hun korte hockey rokjes naar het sportveld kunnen fietsen. Vanuit die angst zijn zij in staat om, anoniem, de meest verschrikkelijke dingen te roepen en te schrijven op sociale media. Andere mensen zelfs te bedreigen met de dood.

Ondertussen maken mensen overal in de wereld elkaar af en bombarderen ze elkaars huizen en bezittingen. Het merendeel van die strijders en hun bazen weet al niet eens meer waarvoor zij strijden en zijn al lang niet meer in staat om met elkaar te praten en naar elkaar te luisteren.

Politici kijken weg of grijpen niet in omdat er andere belangen op het spel staan. Intussen liegen en bedriegen zij, waarmee zij de angst onder “het volk” nog verder vergroten.

Om maar te zwijgen van sommige, zichzelf politici noemende, die er alleen maar op uit zijn om deze angst nog verder te vergroten en haat te zaaien. Met het doel nog meer stemmers achter zich te krijgen want een andere oplossing dan de grenzen sluiten hebben zij niet.

Heb ik dan wel de oplossing? NEE, die heb ik ook niet. Maar ik weet één ding heel zeker. Met schreeuwen, elkaar bedreigen, bedriegen en (verbaal) geweld zullen wij nooit uit deze impasse geraken.

Ooit stond ons land bekend om zijn gastvrijheid en tolerantie. Ooit pretendeerden wij een multicultureel land te zijn waarin mensen van verschillende komaf en met verschillende geloven vreedzaam en harmonieus naast elkaar leefden.

Zijn wij dat met z’n allen vergeten? Of zijn wij mede door onze welvaart een vreselijk intolerant en onverdraagzaam volkje geworden? Het heeft er alle schijn van.

In dat geval schaam ik mij Nederlander te zijn, maar “VLUCHTEN KAN NIET MEER”.

Nummer 156

156

Regelmatig rijd ik op de fiets of in de auto, op weg naar van alles, door de Ockenburghstraat in Loosduinen. De doorgaande weg vanaf Kijkduin richting A4, die onderdeel uitmaakt van de Ring Zuid. Al heel lang een druk bereden route voor bijvoorbeeld de vele Duitsers die hun korte en lange vakanties doorbrengen aan ‘das Meer’- de zee.

Vandaag reed ik daar weer en zoals altijd werden mijn ogen automatisch naar dat rijtje huizen met de rode dakpannen getrokken. Mijn oog viel op een leegstaand flatje op de eerste etage ongeveer in het midden van het rijtje. Ik zag het onmiddellijk, het was nummer 156. Vrijwel automatisch drongen een reeks van herinneringen zich weer aan mij op.

Nummer 156 was eind 1949 de eerste eigen woning die mijn vader en moeder officieel kregen toegewezen. En dat was in die tijd op zich al een lot uit de loterij. Vanaf het moment waarop zij trouwden, in mei 1944, hadden zij altijd ‘ingewoond’ op diverse adressen. Meestal in één of twee kamers die onderdeel uitmaakten van soms wat grotere woningen. Voor het laatst bij een familie Kraal in de Klimopstraat.

Dolgelukkig moeten vader en moeder zijn geweest toen zij het bericht kregen. Dat het gezinnetje er nooit compleet zou kunnen wonen was toen nog niet bekend. Ik heb daar eerder al eens over geschreven.

In mijn herinnering was het erg klein. Een woonkamer, twee slaapkamers en een keuken. Gek genoeg kan ik mij niet herinneren of er ook een badkamer was. In de eerste jaren dat wij er woonden, mijn broertje en ik en later ons jongste broertje, werden wij eenmaal per week gewassen in een wastobbe. Maar het zou ook zomaar kunnen zijn dat ik mij dat verbeeld.
Zoals altijd is Google dan altijd heel behulpzaam. Nummer 156 blijkt nog kleiner dan ik dacht, 54 m2.

De 3 broertjes vlakbij 156.

Heel veel herinneringen borrelen weer langzaam naar boven. Hoe mijn broertje en ik viermaal per dag een half uur moesten lopen naar de lagere school in Kijkduin – hoe wij regelmatig met vader en later met vader en onze tweede moeder naar het strand fietsten – hoe wij eenmaal per maand van bedden moesten wisselen omdat er anders ruzie ontstond over wie boven of beneden mocht slapen. Wat later kregen wij ook alle drie een verplichte bijdrage in het huishouden toebedeeld, schoenen van de hele familie poetsen en elke avond de vaat afdrogen en wegzetten en ook die taken wisselden dus per week.
Een berg herinneringen, variërend van heel leuk tot naar en soms heel emotioneel. Maar wij hadden een eigen huisje. Eerst met z’n drieën en weer wat later met z’n vijven. Vandaag de dag bijna wonderlijk dat je elkaar op die vierenvijftig vierkante meter nooit in de haren vloog.

Nummer 156 staat dus leeg. Graag zou ik het nog eens van binnen willen zien. Erdoorheen lopen en deuren openen en weer sluiten, kijken of ik mijn kont nog kan keren in dat slaapkamertje van 2,5 bij 3,5 meter, herinneringen ophalen en ‘last but not least’ -kijken of er nou wel of niet een badkamer in zit.

Ik vrees dat het bij deze impressie blijft. Maar 156 blijft voor mij een bijna magisch nummer.