Rode draden

Het was zomer in Zeeland en wij schrijven het jaar 1987. Wij deden een “dagje Zeeland’. Het was een dag van nostalgie en herinneringen. Niet zo zeer voor onszelf maar vooral voor de toen al 92-jarige oom Jacob. Een broer van de oma van Janny. Samen met zijn vrouw, Mary, met wie hij in dat jaar in Canada was getrouwd!! Mary was 90.

Waarschijnlijk was oom Jacob een van de eerste Nederlandse emigranten toen hij, samen met zijn toenmalige echtgenote, in 1924 per boot vertrok naar Canada en zich later in Winnipeg vestigde.

Het ‘jonge echtpaar’ logeerde twee weken bij ons thuis en vrijwel iedere avond, onder het genot van een glaasje cognac en een handje pinda’s, kwamen beetje bij beetje zijn herinneringen aan zijn jonge jaren in Zeeland weer boven. Eerst hoofdzakelijk in het Engels maar langzamerhand kwamen ook de Hollandse woorden weer boven. Dat klonk vaak best wel komisch.

Hij was, net als zijn zus, Janny’s oma, geboren in het Zeeuwse dorp Colijnsplaat. Een dorp waar tegenwoordig in de zomermaanden de voertaal Duits is.  Maar ondanks dat besloten wij het ‘jonge koppel’ in de auto te zetten en te vertrekken voor een dagje geschiedenis en misschien wel traantjes.

Colijnsplaat was natuurlijk de eerste stop waar oom Jacob eigenlijk alleen de markante molen aan het begin van het dorp herkende. Tot onze verrassing vertelde hij daar dat hij als jonge jongen, als dienstplichtig soldaat, tijdens de 1e Wereldoorlog de Westerschelde had helpen verdedigen. Hij was gelegerd in het Fort Ellewoutsdijk.
Een half uurtje later stonden wij samen op het havenhoofd van het kleine haventje en keken wij over de Westerschelde uit. Alhoewel het ruim 70 jaar later was, kwamen de herinneringen weer boven en vertelde hij honderd uit.

De dag kon niet meer stuk en die avond, al bij het eerste glaasje cognac, zag je toch wat emoties bij de oude baas. Hij pinkte een traantje weg en nam nog een handje pinda’s.

Enkele jaren later begon ik mij te interesseren in de geschiedenis van mijn voorouders en besloot een cursus genealogie te volgen en te beginnen met een stamboom van zowel de voorouders van mijn vaders kant als die van mijn moederskant. De familie van der Maas.

De verbazing sloeg toe toen bleek dat mijn grootvader geboren is in Ellewoutsdijk. Vrijwel zeker daar. omdat zijn vader, mijn overgrootvader dus, Rijksveldwachter was in dat dorp. 

Ik stelde mij voor dat hij daar, met zijn (te) lange jas met zes koperen knopen, zijn platte pet en zijn weelderige baard, patrouille liep in een dorp met niet meer dan 300 inwoners. En waar een fort, gebouwd tussen 1835 en 1839, een onderdeel uitmaakte van de Zeeuwse verdedigingslinie.

Een dorp waar ongeveer 75 jaar later Jacob Flipse hen verdedigde tegen de vijand en nog eens 70 jaar later als 92-jarige Canadees, samen met zijn 90 jarige Canadese vrouw uitkeek over de Westerschelde en binnensmonds mompelde “Holy Moses”.

Zo zullen er nog meer nog onbekende rode draden zijn in onze familiegeschiedenissen. Eentje leidt er in acht generaties naar een beroemde Nederlandse schilder.

Ernst

De pen van mijn vader

Nu pas valt me de foto op die jij, Ernst, bij je ‘69’-blog plaatste: twee pennenhouders en een hand die jullie huwelijksakte ondertekent. Het beeld is zóóóó ‘Jaren ‘60’! Dat zie je aan de pennenhouders maar evengoed aan de manchetten, de revers en het pochetje van de bruidegom. In zijn knoopsgat zit, wed ik, een anjer. We zien tenminste het steeltje, omwikkeld met groen plastic. Bruidegoms waren allemaal een beetje Prins Bernard in die jaren.

Maar het gaat mij om die pennenhouders. Mijn vader had er precies zo één! Hij gebruikte hem zelf nooit maar ik was er gek mee als jongetje. We hebben het hier over een pen die je af en toe in de houder moest indopen, want daar zat de inkt in. Om morsen tegen te gaan waren boven in die houder kleine ijzeren staafjes in de inkt gelegd. Als je daar even de pen induwde, kon je weer verbazend lang verder schrijven. Veel langer in ieder geval dan met onze kroontjespennen op school. 

Het vullen van de houder was wel een opgave. Daarvoor moest je het zwarte bovendeel lostrekken van de glazen onderkant en dat ging zelden zonder morsen of spatten. Je mocht blij zijn als daarna niet tot je ellebogen onder de blauwe Pelikan inkt zat. 

Mijn God, ik zie dat ding tot in het kleinste detail voor me! Terwijl we het toch over 55-60 jaar geleden hebben! De kleine letters op het zwarte deel, de bodem van de glazen onderkant met op drie hoeken een stukje kurk geplakt, de geur van de inkt, de doorzichtige bovenkant van de pen…

De pen lag heerlijk in je hand en was bij het schrijven geen vergelijk met de door het Ministerie van O,K & W verstrekte kroontjespennen op school. Bij een diktee hoorde je zowat buiten op het  schoolplein het krassen van al die 25 pennen. Deze pen gleed echter geruisloos over het papier.

Dat mijn vader hem niet zelf gebruikte had een reden. Hij had hem als relatiegeschenk gekregen. En daar had hij het moeilijk mee. Hij was bij Peek & Cloppenburg als Hoofd Inrichting verantwoordelijk voor het interieur van alle – toen nog – ongeveer 30 winkels in heel Nederland. Als zodanig moest hij ook over veel grote aankopen beslissen. Zo tegen Kerst vond hij dan allerlei cadeautjes op zijn bureau. Die nam hij eerst aan maar daardoor werden het er het jaar daarop alleen maar méér. Was het aanvankelijk een nieuwe agenda of kalender, al snel kwamen steeds duurdere geschenken: mooie aanstekers, kistjes wijn, cognac en dus dure pennen. Omdat het woord ‘compliance’ nog moest worden uitgevonden, greep hij toen maar zelf in: “Heren, dank, maar géén geschenken boven de 25 gulden!” Maar deze pen had hij al aangenomen. Door hem aan mij door te schuiven loste hij zijn gewetensnood op.

Wat ik aan mijn vader bewonder is juist die eenvoud, die ingebakken rechtschapenheid, het afwijzen van alle luxe die men niet zelf met eerlijk werk ‘verdiend’ had en zijn vermogen van het kleine te genieten. Ik heb hier thuis vanwege mijn werk en passie alleen al zo’n 6-7 professionele camera’s en nog eens minstens 30 in mijn verzameling. Ik hoor hem zeggen: ”Is dat niet wat overdreven, Joop?” Ik weet hoe hij zelf zat te wikken en wegen voordat hij eindelijk een Ferrania Lince 2 kleinbeeldcamera kocht voor 49,- gulden. Ik heb camera en bon hier nog liggen. Hij kocht er voor 29 gulden een lichtmeter bij van het merk Sekonic. 

Een jaar later kwam er een lampjesflitser bij van 19 gulden. Mijn oom Fred had inmiddels al lang een peperdure ‘elektronenblitz’. Omdat er nog geen sterke accu’s bestonden, moest die bij het fotograferen wel met het stopcontact verbonden blijven. Mijn vader sloeg dat gehannes met die kabel meewarig gade.

Zijn tas met camera, lichtmeter, flitser, reispapieren en portefeuille liet hij vervolgens wel op het station van Mallnitz (Oostenrijk) op een perronbankje staan. Daar kwam hij pas achter toen de conducteur voorbijkwam. Zo was hij dan ook wel weer. Gelukkig had hij zijn vakantieadres ook in de tas gestoken en een goudeerlijke treinreiziger bracht het geheel daarheen. Tranen van blijdschap kwamen er, toen hij ’s avonds de tas in het hotel terugvond. Onnodig te zeggen dat hij mijn latere suggestie om een spiegelreflex te kopen in de wind sloeg: “Die Ferrania doet het nog prima, jongen!”

HEET

hittegolf

De enige plek in huis waar het vandaag nog een beetje koel is, is voor mijn Mac. Dubbelfijn is, dat het lijkt alsof die ook geen last heeft van de hitte.

Het hele land zucht onder hoge temperaturen. Temperaturen waar wij een aantal jaren geleden voor naar het Zuiden vertrokken. Wij trotseerden de hitte op de snelwegen en reden vaak in één keer naar die zon en die “heerlijke” temperaturen.

Bij terugkeer thuis toonden wij onze bruinverbrande lichamen en vertelden trots aan iedereen die het horen wilde hoe mooi het er was en hoe wij genoten hadden van die zalige temperaturen. Natuurlijk konden wij regelmatig verkoeling zoeken in die blauwe Mediterrane of in de schaduw op een terrasje onder een paar dikke platanen

Vandaag zuchten wij onder deze “immense’ hitte en vliegt het ene alarm na het andere ons om de oren. Code geel wordt code rood en op de televisie en in de kranten hebben wij het nergens anders meer over. Vooral de kwetsbaren onder ons wordt dringend geadviseerd om rustig in een hoekje te kruipen en vooral liters water tot ons te nemen. Vandaag werd ons zelfs dringend geadviseerd om enkele malen per dag onze lichaamstemperatuur te meten. 

Intussen is het in onze huiskamer 29,5 C. en in de slaapkamer is het niet veel beter. Maar je hoort mij niet klagen want anders heb ik morgen niets te klagen als het weer gewoon 23 C. is en zalige dikke onweersbuien overtrekken met dikke hagelstenen en veel te veel water.
Ongetwijfeld wordt er dan weer een code oranje afgekondigd.

Natuurlijk zal iedere deskundige weer roepen dat dit het onvermijdelijke gevolg is van de klimaatverandering en dat het nu echt vijf voor twaalf is. Om dat te bewijzen sturen wij dan weer vijftig klimatologen en andere “ogen” naar Spitsbergen die bij terugkomst ons opnieuw zullen proberen te overtuigen van het naderende onheil.

Natuurlijk hebben zij gelijk maar intussen trekken wij er weer massaal op uit om elders op deze aardkloot te genieten van een welverdiende vakantie. Gaan wij weer met 40.000 mensen tegelijk vier dagen wandelen en stromen de festivalterreinen, waar de alcohol rijkelijk vloeit, weer vol. Intussen stappen vandaag weer 170 profwielrenners op hun racefietsen om in de verschroeiende hitte, op smeltend asfalt, weer 3 cols van de buitencategorie te beklimmen om aan het einde van de dag, meer dood dan levend, over de finish te rollen. In de wetenschap dat er morgen weer zo’n dag in het verschiet ligt.
Van code oranje hebben zij nog nooit gehoord terwijl de weerkaarten overal dieprood kleuren.

Ja, het is heet vandaag. Daar kunnen wij niet om heen of wij willen of niet. Klagen zit in de volksaard van ons Nederlanders maar eigenlijk weten wij ook dat klagen geen zin heeft.
Klagen en zeuren heeft geen effect op het verminderen van het probleem. Sterker nog je krijgt er juist meer stress van in plaats van minder.

Vandaag gebruik ik daarom als een rustdag. Een dag waarop ik rustig achter mijn Mac ga zitten en wat woorden aan het geduldige papier toevertrouw.

Morgen is er weer een dag en voor zover ik weet is daar (nog) geen code voor afgegeven.

Carpe Diem

Soixante Neuf

1969

Ooit lag ik als jongetje van 12 jaar lepeltje vorkje met mijn jongere broertje in een twijfelaar met een stromatras op de deel van een oude koeienstal . Op latere leeftijd begreep ik dat het ook wel standje 69 werd genoemd.
Het bleek een internationaal ‘begrip’ te zijn en het werd zelfs beschreven in de boeken van Guillaume Apollinaire en Guy de Maupassant.

Om te voorkomen dat ik nu de indruk wek dat ik deze boeken ook daadwerkelijk heb gelezen moet ik ruiterlijk bekennen dat het woordenboek voor Populair Taalgebruik een welkome informatiebron bleek te zijn.

Voor de titel van dit stukje is er echter een veel eenvoudigere verklaring. Vandaag, 2 juli 2022, is het precies 53 jaar geleden dat wij elkaar het ja-woord gaven tegenover een ambtenaar van de burgerlijke stand.

Uit het standaardverhaal, dat hij waarschijnlijk al jarenlang voor elk jong paar hield, herinner ik mij maar één gedeelte. Met veel egard verkondigde hij dat wij de rest van ons leven geen verjaardagen moesten vieren maar deze heuglijke dag.

Het was woensdag 2 juli 1969 en het zou een warme, maar bijzondere en onvergetelijke dag worden. In de krant van die dag lezen wij dat de vertragingen op Schiphol oplopen en dat de Horecaprijzen enorm stijgen. Er is 53 jaar later nog niets veranderd.

Terwijl ik dit schrijf is het kwart over drie en realiseer ik mij dat 53 jaar geleden, bijna 5 minuten later, de officiële plechtigheid begon. Twintig minuten later droegen wij onze ringen plotseling aan onze rechterhanden en hadden wij elkaar ‘eeuwige trouw’ beloofd. Kom daar nog eens om vandaag de dag.

Een kerkelijke inzegening paste niet bij ons, zo hadden wij samen besloten. En dus konden wij direct na de plechtigheid richting hapjes en drankjes. Wel zo lekker met dit weer.

Een bonte stoet van familie, vrienden, kennissen, oude buren en collega’s trok aan ons voorbij. De warme handen en de vele trio’s zoenen maakten het in dat kleine zaaltje alleen maar warmer en klammer. Aan één tafel stapelden de goedbedoelde huwelijkscadeaus zich op. Variërend van bloemstukjes tot peper-en-zout stelletjes en ander prullaria. Hoeveel daarvan zouden wij er nu nog hebben?

Drieënvijftig jaar later constateer ik dat wij niet echt geluisterd hebben naar die trouwambtenaar. Het is inmiddels alweer drie jaar geleden dat wij zijn goed bedoelde raad wel opvolgde en een feestje bouwden omdat wij toen de vijftig aantikten. Plechtig hebben wij toen beloofd dat wij nergens naar streven maar ons best zullen doen om over 10 jaar elkaar, waar dan ook, weer te treffen onder het genot van een hapje en een drankje.

Dat laatste lijkt wel een belofte van een politicus die zegt niets te kunnen beloven maar wel plechtig belooft zijn of haar best te zullen doen.

Niettemin 1969 was een bijzonder jaar en vandaag staan er toch 20 rozen op tafel.

Er wat bij – 2

Ja Ernst, dat is een mooi moment na 12 jaar! Ik hoop van harte dat de rente en de pensioenen nog veel sterker stijgen. Want dan kunnen we de inflatie misschien een klein beetje bijhouden.

Jij kan van die 2,39% een volle tank benzine betalen. Aangezien ik maar beperkt onder het ABP viel, kan ik er met Verena een kop koffie van kopen op het terras in Bocholt. Let op: in Bocholt. Maar niet in het Zwitserse Wil of welk Zwitsers stadje dan ook. Onder de 5 Frank gaat niet lukken. Colaatje 6 Frank. Daarbij is de bediening een stuk minder hoffelijk dan in Duitsland en betaalde ik bij de pinautomaat bijna €52 voor 50 Fr.

Hadden we dan geen fijne vakantie? Jazeker wel! Echt fantastisch! Maar ik wil hier niet iedereen lastigvallen met al het cultureel-, natuur-, culinair- en vinologisch genot tijdens die drie weken. Ik wil alleen een financiële tip doorgeven aan iedereen die nog ‘moet’: mijd Zwitserland als de pest, tenzij je grootverdiener bent!

Eerlijk gezegd hield ik bij vertrek uit Suderwick al een beetje mijn hart vast. Hoe zou de inflatie hebben toegeslagen in de hotels, restaurants, cafeetjes en ook winkels? Zolang we in het Zwarte Woud en de rest van Duitsland bleven viel me dat reuze mee. Maar mij was door Verena een ritje met een Zwitserse trein beloofd. Geen ‘beroemde’ trein zoals de Rhätische Bahn of de Bernina Express, dat was nu te ver weg, maar wel een lijntje dat in het boekje ‘Mooie treinreizen in Zwitserland’ te vinden was. Van de Bodensee naar Wil, via Weinfelden. Klingt al prachtig, toch?

Het begon al bij het parkeren in Konstanz: Haagse tarieven. Terwijl het toch maar een klein peststadje is. Dan naar het treinloket. De dame had er duidelijk geen zin in zich in onze wensen te verdiepen, laat staan uit te leggen wat er mogelijk is voor een treinliefhebber. Een kaartje Konstanz – Wil was dan 38,40 Fr. Per persoon. 2e klas, uurtje heen, uurtje terug. Dat we voor 1,60 meer de hele dag vrij reizen hadden gehad in de regio kwam bij haar niet op. En bij ons pas toen we het foldertje in de trein lazen.

Bijna 360 graden panorama, dat dan weer wel

De rit was werkelijk mooi, al hoor je bij ieder ‘kedeng’ toch onwillekeurig een Frank in de SBB-spaarpot vallen. Maar we hadden een hele zithoek voor onszelf alleen. Genieten! 

Onderweg even koffiedrinken. Prijs heb ik je al genoemd. Uit nieuwsgierigheid (ik heb iets met stoffen en naaimachines -mijn voorouders waren kleermakers) kijk ik in het voorbijgaan achteloos naar binnen bij een naaimachinehandel. Drie keer mijn bril gepoetst. Een Bernina naaimachine voor 8.295 Fr IN DE AANBIEDING????

Inkl. SM gelukkig. Moet je ook wel zijn als je zoveel geld uitgeeft aan een naaimachine.

Aan het eind van de middag werd ik toch wat hongerig. Verena niet, dus stel ik voor ‘een kleinigheidje’ bij een biertje te nemen. Een Spaghetti Bolognese bijvoorbeeld. Oeps… 24 Fr per portie. Het is bij een biertje gebleven. Diezelfde avond hebben we allebei die spaghetti gegeten bij de plaatselijk Italiaan in Neustadt met een prima fles wijn erbij. In totaal 32€. Het kan dus nog wel!

Blijft de vraag wat een Zwitserse leraar dan verdient, of een treinmachinist, of een loketambtenaar van de SBB? Ik ga het nog een keer uitzoeken. Maar wel veilig aan deze kant van de grens.

O ja, we hebben nog een keer de trein genomen in onze vakantie. In Trier. 2x €9 en dan hebben we de hele maand juni gratis reizen in al het Duitse OV. OK, dat is een actie van de nieuwe Duitse regering. Maar toch…