Vaderdag

Vandaag vieren wij (alleen) in Nederland Vaderdag. Nou ja, vieren.
Nee, ik kreeg vanochtend geen beschuitje met een kopje thee en een eitje op bed. En de tijd dat er op Vaderdag een goed bedoeld knutselwerkje of een kleurrijke tekening naast mijn ontbijtbordje lag is ook al heel lang voorbij.
Ik weet nog dat ik op zo’n moment het meest genoot van de trotse en blije gezichtjes en niet zo zeer van de, meestal in opdracht van de onderwijzeres gemaakte, fröbelwerkjes.

Na verloop van enkele jaren werd Moeder- en Vaderdag in ons gezin afgeschaft. Het “feest” werd ons te commercieel en wij bepaalden zelf wel wie van ons er wanneer en waarom in het zonnetje moest worden gezet.  Hebben wij dat ook echt gedaan ?
Vaderdag en ook Moederdag gingen vanaf dat moment aan ons voorbij. Alleen de schreeuwende en vaak emotionele advertenties in de bladen en op de TV proberen ons elk jaar opnieuw over te halen het toch maar te “vieren”.
“Geven is geluk voor twee” vond ik in dat verband nog de meest treffende slogan.

Met het ouder worden nemen kennelijk ook de emoties toe. Ik heb dat al eens eerder geschreven.
Vaderdag , maar ook Moederdag is voor mij de laatste jaren een dag waarop ik een momentje terugdenk aan mijn beide ouders. Mijn moeder waar wij veel te vroeg afscheid van hebben moeten nemen en mijn vader die zo plotseling ook niet meer thuis kwam.
Veel vragen die daardoor nooit beantwoord zijn en die ook nooit meer beantwoord zullen worden. Gevoelens ook die over en weer misschien nooit zijn uitgesproken ?
Hoe oud zouden zij zijn geworden als zij niet beiden zo jong waren getroffen door het ongeluk ? Zouden mijn kinderen van ze hebben gehouden en omgekeerd ? Zou ik meer over hun eigen jeugd en over hun liefde te weten zijn gekomen ? Zou ik meer te weten zijn gekomen over hun gevoelens voor elkaar en voor ons ? Zouden zij trots zijn geweest op mijn carrière ? Zou Vader- of Moederdag daarbij hebben geholpen ?

Ik ben er eigenlijk van overtuigd van niet ! En dat zeg ik niet om mijn geweten te sussen.

Vaderdag, maar ook Moederdag, is voor mij nu een moment geworden waarop ik als het ware de relatie met mijn ouders, maar ook met mijn kinderen probeer te evalueren.
En dan is de conclusie steeds weer opnieuw dat ik aan de ene niets meer kan veranderen en dat ik aan de andere moet blijven werken. Hoe cryptisch dat misschien ook klinkt.

Overigens moet ik nog wel even kwijt dat mijn spellingcontrole mij dwingt om vaderdag en moederdag beiden met een hoofdletter te beginnen. Apart !!!

Leuker niet, wel gemakkelijker.

Leuker kunnen wij het niet maken, wel gemakkelijker !
Ooit, begreep ik, was dat de in Nederland wereldberoemde slogan van de Belastingdienst.
Dat je Belasting betalen nooit leuk kan maken was bij iedereen natuurlijk al lang bekend.
Maar dat ze het gemakkelijker zouden maken sprak ons wel aan. Tenminste als ze hun woord zouden houden.
En ik heb nieuws. Ze zijn er nog steeds niet in geslaagd het gemakkelijker te maken. Zichzelf niet en de belastingbetaler, in dit specifieke geval mij, niet.

Elk jaar, omstreeks de 3e van de eerste maand van het nieuwe jaar, slaan ze mij voor een aanzienlijk bedrag al aan voor het nieuwe jaar, Dat wil zeggen dan vind ik die blauwe enveloppe alweer op de deurmat. Nou ja in de brievenbus, beneden in de hal.
Of ik maar even het totale bedrag in 11 gelijke delen wil betalen.
Ook dit jaar ontliep ik de dans niet. Maar in een vlaag van verstandsverbijstering (vind ik achteraf) vond ik de aanslag te laag . Online, dat wel, corrigeerde ik dat zelf.
Binnen 3 dagen lag er een nieuwe gewijzigde voorlopige aanslag 2019 in de brievenbus.

Ik besloot de nieuwe, gewijzigde, definitieve, voorlopige aanslag 2019 door elf te delen en plande die 11 betalingen keurig in in mijn banking online onder vermelding van het laatste aanslagnummer . Zo dat was dat, daar was ik voorlopig weer 11 maanden vanaf, dacht ik naïef.

2 Maanden later werd ik boosaardig en irritant achterhaald door de Belastingdienst waarheid. Er viel een aanmaning in de bus. Ik zou een achterstand hebben van 2 maanden. Of ik maar even een behoorlijk bedrag binnen 1 week wilde betalen. Zo niet dan zouden er invorderingsmaatregelen worden genomen.
Volslagen in de war en niet wetende wat er nou precies fout zou kunnen zijn gegaan belde ik de Belastingtelefoon.
Na ongeveer een half uur wachten bleek de belasting mevrouw mij bijna niet of heel slecht te verstaan. Begrijpelijk want het was al bijna half zes en eigenlijk sluit de Belastingtelefoon om vijf uur.
Ik besloot het gesprek te beëindigen en het maandagochtend opnieuw te proberen.
En ja hoor, de daarop volgende maandagochtend om half negen had ik vrijwel onmiddellijk verbinding. Dit keer meldde zich een uitgeslapen meneer. Namen noemen doen ze sowieso niet.

Al heel snel begreep hij wat IK fout had gedaan. Ik had 2 termijnen betaald op het 2e aanslagnummer en geen betalingen op het 1e aanslagnummer. En oh ja, dat ik had aangenomen dat de 1e aanslag zou zijn vervangen door de 2e gewijzigde, definitieve, voorlopige aanslag was echt een onjuiste aanname. “Het systeem kan dat niet aan meneer”. Hij adviseerde mij om nou maar gewoon de aanmaning te betalen want anders zou het systeem volledig in de war raken. Dat dat systeem nu al in de war was en dat ik helemaal geen achterstand had ging meneer kennelijk boven de pet.

Nou ben ik van nature eigenwijs, maar vooral ook strijdbaar. Dus ik liet de zaak even voor wat het was en besloot 2 dagen later een bezwaarschrift in te dienen.
Gevolg: medio mei een nieuwe blauwe enveloppe met nu € 7,- invorderingskosten die alleen maar zouden oplopen als ik niet binnen 7 dagen zou betalen.
Ik stuurde opnieuw een soort bezwaarschrift waarin ik verwees naar mijn eerder, nog niet beantwoorde, bezwaarschrift.

Een week geleden viel er een dikke blauwe enveloppe in de bus. En ja hoor een kort briefje. Op mijn “verzoek om uitstel van betaling” stuurde men mij 12 formulieren. Of ik die maar even wilde invullen.
What te f………..??

Afgelopen maandag besloot ik dan toch maar een afspraak te maken bij de Belastingdienst om hen nog een keer te proberen te overtuigen dat zij echt fout zitten met hun aanmaningspogingen.
Een alleraardigste begripvolle Monique, ja verrassing een naam, meldde zich. Binnen 1 minuut begreep zij waar het overging, maar daarna duurde het nog ruim een uur voordat zij de wijze woorden sprak “ praktisch heeft u geen achterstand meneer, maar systeemtechnisch wel”.
Omdat zij echter de bevoegdheid miste om deze omissie op te lossen zou zij een collega inschakelen die mij dan binnen maximaal 3 dagen zou terugbellen.

Monique blijkt haar woord te hebben gehouden. Vanmiddag werd ik gebeld door een belastingmeneer uit Amsterdam (ja, daar zit schijnbaar het hogere echelon) die mij kort en bondig mededeelde dat de aanmaningskosten worden geseponeerd en dat ik GEEN achterstand heb. De beschikking zal een dezer dagen worden toegestuurd. Opnieuw had deze meneer geen naam.

2 Bezwaarschriften, vier telefoontje en een verzoek om uitstel van betaling later is het verstand dus toch nog doorgebroken bij de Belastingdienst. Hoezo maken wij het je wel gemakkelijker ?

Moraal van dit verhaal. Het is alleen maar ingewikkelder geworden en ik verander nooit meer zelf mijn voorlopige aanslag. Of ben ik misschien toch te lang ambtenaar geweest ??

Priemgetal

Over 2 dagen word ik alweer een jaartje ouder. Ik schrijf bewust niet dat ik hoop dat ik weer een jaartje ouder wordt, want ik vind het maar niks.
Alhoewel het een vorm van struisvogelpolitiek is, denk ik erover om het ook maar niet te vieren. Dat wil niet zeggen dat ik mijn nieuwe leeftijd geheim zal houden. Er zijn toch al, vooral jonge mensen, die voor mij opstaan in de tram en ik haat dat en meestal sla ik het aanbod ook vriendelijk af.
Ik word 73 en kennelijk is dat toch zo langzamerhand aan mij te zien.

Toch bleek mij gisteren dat mijn leeftijd enige bijzonderheid bezit. Nee, ik zelf niet, maar mijn leeftijd. Het getal 73.
Volgens goed ingewijde bronnen is mijn leeftijd namelijk een priemgetal. En wat het nog meer bijzonder maakt is dat het mijn 21ste priemgetal verjaardag zal zijn. Mijn bron meldde mij dat ik, onbewust dus, al 21 maal een priemgetal verjaardag heb gevierd.
Eigenlijk had ik dat misschien wel wat eerder willen weten, zeer gewaardeerde bron, dan had ik er ook 21 keer iets bijzonders van kunnen maken. Misschien had dat het ouder worden ook wat draagbaarder gemaakt.

Natuurlijk heb ik mij ook laten uitleggen wat een priemgetal eigenlijk is.
Een priemgetal is een natuurlijk getal, groter dan 1, dat slechts twee natuurlijke getallen als deler heeft, namelijk 1 en zichzelf. Het kleinste getal is dus 2, want heeft alleen 1 en 2 als delers. Het volgende is 3, met alleen de delers 1 en 3. Bij deze verklaring is Wikipedia mijn bron. Mijn eigen bron heeft het ook erg goed uitgelegd. Dat was nodig want alhoewel ik zowel algebra als meetkunde op school heb gehad, blonk ik in beide vakken bepaald niet uit.
Mijn 73 is dus alleen deelbaar door 1 en 73. Waarom ik het getal überhaupt zou delen is mij er niet bij verteld.

Nog mooier is dat ik kennelijk tot mijn honderdste verjaardag nog viermaal een priemgetal verjaardag kan meemaken. Kijk maar in de begeleiden afbeelding.
Dat geeft de burger toch weer moed. Zo neem ik het feit dat men steeds meer zal opstaan in de tram of bus maar op de koop toe. Zo worden de ouderdomskwaaltjes ineens een stuk draaglijker en wie weet vier ik in dat geval nog minstens viermaal mijn verjaardag met minimaal een aangeklede borrel. Noteer ze maar vast in de agenda’s. Jullie zijn bij deze uitgenodigd.

En oh ja, het woord “priemgetal”  levert bij scrabble of Wordfeud minimaal 17 punten op en 17 is ook een priemgetal.

After Facebook

Het is inmiddels al ruim één maand geleden sinds ik Facebook achter mij heb gelaten. Ruim drie weken geleden sloot en verwijderde ik mijn account, maar tot mijn stomme verbazing, kan ik mijn account nog gewoon (her)openen en begroet Facebook mij dan met een hartelijk “welkom terug Ernst”.
Kijk dat bedoelde ik nou, als je er eenmaal aan bent begonnen raak je er nooit meer vanaf. Maar bevalt het nou ? Zo zonder dat digitale poesiealbum.
Als ik heel eerlijk ben dan weet ik dat nog niet. Zo nu en dan wil ik nog wel eens iets laten zien aan “mijn 100 vrienden”, maar dan weet ik die aandrang ook weer snel te overwinnen.
Het is ook een beetje te vergelijken met je teckel uitlaten. Hè zal je denken?Jarenlang waren wij beiden heel goed geïnformeerd over allerhanden belangrijke en minder belangrijke zaken in onze directe woonomgeving of over de samenleving binnen ons wooncomplex. Maar nadat onze teckel, verleden jaar juni, is gaan hemelen horen wij aanmerkelijk minder van en over dat soort zaken. En missen wij dat dan ? Niet echt !

En zo is het met Facebook ook. Ik zie niet meer waar een of meer van mijn vrienden al dan niet voortreffelijk heeft gegeten. Opgesierd met smakelijke close-up foto’s van borden met allerlei heerlijks en gevulde glazen met rode of witte wijn. Ik zie geen selfies meer van gebruinde gezichten bij grote evenementen of op exotische plekken op onze aardkloot. Ik zie ook niet meer of mensen vertrokken zijn naar- of aangekomen zijn op hun vakantieplekken over de hele wereld. Ik moet nu ook weer zelf bijhouden wanneer een van mijn vrienden jarig is of een (huwelijks-)jubileum viert. Ik zie of lees ook wat later dat Duncan Lawrence het songfestival heeft gewonnen of  dat Ajax ik weet niet welk gerenommeerd elftal heeft verslagen. Ik blijf verschoond van hele ladingen foto’s of filmpjes van de meest schattige poesjes en katers en varkens of biggetjes.Ik kan ook niet meer lachen om geplaatste, zogenaamd, grappige foto’s of filmpjes en zie dus ook geen reacties meer op de door mij geplaatste onzin. Hardop lachen achter mijn mobieltje of mijn PC is er dus ook niet meer bij. Da’s wel jammer.

Maar al met al gaat het best hoor ! Als ik een enkele keer iets van mij wil laten horen dan plaats ik een of meer foto’s op Instagram en zo nu en dan kijk ik daar ook stiekem over de schutting naar door andere geplaatste wetenswaardigheden. En realiseer mij dan dat Instagram ook van Facebook is en dat ik dus helemaal niet van die Zuckerberg af ben.

Eigenlijk mis ik niets bijzonders. Maar of deze blog in het Facebook-loze tijdperk nog door veel vrienden gelezen wordt moet ik afwachten.

Broertjes

Daar staan ze dan. Aan het begin van de lange laan. Het is 1951 en ze zijn zich nog in het geheel niet bewust van wat hen te wachten staat. Ja, de bomen zijn nog kaal en het is koud al zou je dat aan de korte broek van Ernst, toen nog Errie, niet zeggen. Aad, toen nog Aadje, heeft iets in zijn rechter hand wat hij kennelijk graag mee wilde nemen naar het bos. “ Da’s goed jongen, houd het maar stevig vast”, zal onze vader vast wel gezegd hebben. “Houd intussen de hand van je grote broer stevig vast”.

Het is een beeld waar ik, bijna zeventig jaar later, nog wel eens aan terug denk. Mijn jongere broertje en ik op de oprijlaan naar het landgoed Ockenburgh.
Het bos waar wij, samen met onze vader, regelmatig kwamen als wij bleekneusjes weer even aan het flatje aan de Ockenburgstraat moesten ontsnappen.
Het flatje waar wij in 1951 met onze vader en moeder zouden gaan wonen, maar wat onze moeder helaas nooit van binnen heeft gezien. Het flatje van niet meer dan zestig vierkante meter waar wij de eerste jaren in een gebroken gezinnetje probeerden ons verdriet te verwerken en een nieuw leven op te bouwen.
Daarom ook is dit fotootje mij zo dierbaar. Het verbeeldt de nieuwe lange weg die wij moesten gaan, niet wetende wat ons allemaal te wachten zou staan. Terugkijken had geen zin. Vooruitkijken was het devies al hadden wij dat op die leeftijd nog in het geheel niet door.
Het zouden in veel opzichten stormachtige jaren worden waarbij ons heel veel niet bespaard zou blijven. Maar het waren ook in veel opzichten hele mooie jaren waarin wij, mijn broertje en ik, elkaar steeds beter leerden kennen en begrijpen.
Broertjes, die in die tijd elkaars lief en leed deelden. Broertjes die elkaars hand vasthielden als ze naar de tandarts moesten. Het kleinere broertje die de step van zijn grotere broer op zijn schouders droeg als grote broer gevallen was.
Broertjes die stiekem ’ s maandags het meegekregen “melk geld” omzetten in snoepjes. Broertjes die samen boos waren als zij weer een corvee taak in huis kregen van hun “nieuwe moeder”.
Broers die elkaar vertelden over hun liefdes en bij elkaar uithuilden als zo’n liefde weer eens op niets uitliep. Broers die in 1955 blij waren met een nieuw “broertje” en hem in zijn hart sloten.

Broers ook die op latere leeftijd om niets ruzie konden maken, maar het altijd weer bijlegden.  Zij waren immers broertjes en hadden een lange weg afgelegd met heel veel hobbels. Een lange weg die hen had verbonden.

In deze maand realiseer ik mij steeds weer opnieuw dat juist die hand van mijn broer er al heel lang niet meer is en dat ik die mis !
Ondanks het feit dat wij nu beiden “oude knarren” zouden zijn zou ik nog wel eens hand willen lopen op die mooie oprijlaan in Ockenburgh. Hand in hand weer even bijpraten, elkaar in vertrouwen nemen en samen praten over die, niet meer zo lange, weg die wij nog te gaan zouden hebben als broers.
Deze maand zou hij 70 jaar zijn geworden.

In stilte zal ik binnenkort alleen op die oprijlaan naar Ockenburgh, maar in gedachten hand in hand, lopen en terugdenken aan hoe het was en nog had kunnen zijn als BROERTJES.