Soixante Neuf

1969

Ooit lag ik als jongetje van 12 jaar lepeltje vorkje met mijn jongere broertje in een twijfelaar met een stromatras op de deel van een oude koeienstal . Op latere leeftijd begreep ik dat het ook wel standje 69 werd genoemd.
Het bleek een internationaal ‘begrip’ te zijn en het werd zelfs beschreven in de boeken van Guillaume Apollinaire en Guy de Maupassant.

Om te voorkomen dat ik nu de indruk wek dat ik deze boeken ook daadwerkelijk heb gelezen moet ik ruiterlijk bekennen dat het woordenboek voor Populair Taalgebruik een welkome informatiebron bleek te zijn.

Voor de titel van dit stukje is er echter een veel eenvoudigere verklaring. Vandaag, 2 juli 2022, is het precies 53 jaar geleden dat wij elkaar het ja-woord gaven tegenover een ambtenaar van de burgerlijke stand.

Uit het standaardverhaal, dat hij waarschijnlijk al jarenlang voor elk jong paar hield, herinner ik mij maar één gedeelte. Met veel egard verkondigde hij dat wij de rest van ons leven geen verjaardagen moesten vieren maar deze heuglijke dag.

Het was woensdag 2 juli 1969 en het zou een warme, maar bijzondere en onvergetelijke dag worden. In de krant van die dag lezen wij dat de vertragingen op Schiphol oplopen en dat de Horecaprijzen enorm stijgen. Er is 53 jaar later nog niets veranderd.

Terwijl ik dit schrijf is het kwart over drie en realiseer ik mij dat 53 jaar geleden, bijna 5 minuten later, de officiële plechtigheid begon. Twintig minuten later droegen wij onze ringen plotseling aan onze rechterhanden en hadden wij elkaar ‘eeuwige trouw’ beloofd. Kom daar nog eens om vandaag de dag.

Een kerkelijke inzegening paste niet bij ons, zo hadden wij samen besloten. En dus konden wij direct na de plechtigheid richting hapjes en drankjes. Wel zo lekker met dit weer.

Een bonte stoet van familie, vrienden, kennissen, oude buren en collega’s trok aan ons voorbij. De warme handen en de vele trio’s zoenen maakten het in dat kleine zaaltje alleen maar warmer en klammer. Aan één tafel stapelden de goedbedoelde huwelijkscadeaus zich op. Variërend van bloemstukjes tot peper-en-zout stelletjes en ander prullaria. Hoeveel daarvan zouden wij er nu nog hebben?

Drieënvijftig jaar later constateer ik dat wij niet echt geluisterd hebben naar die trouwambtenaar. Het is inmiddels alweer drie jaar geleden dat wij zijn goed bedoelde raad wel opvolgde en een feestje bouwden omdat wij toen de vijftig aantikten. Plechtig hebben wij toen beloofd dat wij nergens naar streven maar ons best zullen doen om over 10 jaar elkaar, waar dan ook, weer te treffen onder het genot van een hapje en een drankje.

Dat laatste lijkt wel een belofte van een politicus die zegt niets te kunnen beloven maar wel plechtig belooft zijn of haar best te zullen doen.

Niettemin 1969 was een bijzonder jaar en vandaag staan er toch 20 rozen op tafel.

Er wat bij – 2

Ja Ernst, dat is een mooi moment na 12 jaar! Ik hoop van harte dat de rente en de pensioenen nog veel sterker stijgen. Want dan kunnen we de inflatie misschien een klein beetje bijhouden.

Jij kan van die 2,39% een volle tank benzine betalen. Aangezien ik maar beperkt onder het ABP viel, kan ik er met Verena een kop koffie van kopen op het terras in Bocholt. Let op: in Bocholt. Maar niet in het Zwitserse Wil of welk Zwitsers stadje dan ook. Onder de 5 Frank gaat niet lukken. Colaatje 6 Frank. Daarbij is de bediening een stuk minder hoffelijk dan in Duitsland en betaalde ik bij de pinautomaat bijna €52 voor 50 Fr.

Hadden we dan geen fijne vakantie? Jazeker wel! Echt fantastisch! Maar ik wil hier niet iedereen lastigvallen met al het cultureel-, natuur-, culinair- en vinologisch genot tijdens die drie weken. Ik wil alleen een financiële tip doorgeven aan iedereen die nog ‘moet’: mijd Zwitserland als de pest, tenzij je grootverdiener bent!

Eerlijk gezegd hield ik bij vertrek uit Suderwick al een beetje mijn hart vast. Hoe zou de inflatie hebben toegeslagen in de hotels, restaurants, cafeetjes en ook winkels? Zolang we in het Zwarte Woud en de rest van Duitsland bleven viel me dat reuze mee. Maar mij was door Verena een ritje met een Zwitserse trein beloofd. Geen ‘beroemde’ trein zoals de Rhätische Bahn of de Bernina Express, dat was nu te ver weg, maar wel een lijntje dat in het boekje ‘Mooie treinreizen in Zwitserland’ te vinden was. Van de Bodensee naar Wil, via Weinfelden. Klingt al prachtig, toch?

Het begon al bij het parkeren in Konstanz: Haagse tarieven. Terwijl het toch maar een klein peststadje is. Dan naar het treinloket. De dame had er duidelijk geen zin in zich in onze wensen te verdiepen, laat staan uit te leggen wat er mogelijk is voor een treinliefhebber. Een kaartje Konstanz – Wil was dan 38,40 Fr. Per persoon. 2e klas, uurtje heen, uurtje terug. Dat we voor 1,60 meer de hele dag vrij reizen hadden gehad in de regio kwam bij haar niet op. En bij ons pas toen we het foldertje in de trein lazen.

Bijna 360 graden panorama, dat dan weer wel

De rit was werkelijk mooi, al hoor je bij ieder ‘kedeng’ toch onwillekeurig een Frank in de SBB-spaarpot vallen. Maar we hadden een hele zithoek voor onszelf alleen. Genieten! 

Onderweg even koffiedrinken. Prijs heb ik je al genoemd. Uit nieuwsgierigheid (ik heb iets met stoffen en naaimachines -mijn voorouders waren kleermakers) kijk ik in het voorbijgaan achteloos naar binnen bij een naaimachinehandel. Drie keer mijn bril gepoetst. Een Bernina naaimachine voor 8.295 Fr IN DE AANBIEDING????

Inkl. SM gelukkig. Moet je ook wel zijn als je zoveel geld uitgeeft aan een naaimachine.

Aan het eind van de middag werd ik toch wat hongerig. Verena niet, dus stel ik voor ‘een kleinigheidje’ bij een biertje te nemen. Een Spaghetti Bolognese bijvoorbeeld. Oeps… 24 Fr per portie. Het is bij een biertje gebleven. Diezelfde avond hebben we allebei die spaghetti gegeten bij de plaatselijk Italiaan in Neustadt met een prima fles wijn erbij. In totaal 32€. Het kan dus nog wel!

Blijft de vraag wat een Zwitserse leraar dan verdient, of een treinmachinist, of een loketambtenaar van de SBB? Ik ga het nog een keer uitzoeken. Maar wel veilig aan deze kant van de grens.

O ja, we hebben nog een keer de trein genomen in onze vakantie. In Trier. 2x €9 en dan hebben we de hele maand juni gratis reizen in al het Duitse OV. OK, dat is een actie van de nieuwe Duitse regering. Maar toch…

Er wat bij

Zou het er dan toch van komen, dacht ik toen ik de koppen in de kranten zag. De pensioenfondsen kunnen of, liever gezegd, mogen weer indexeren. Dat schijnt niet te komen doordat het met de beleggingen en obligaties zo goed gaat (want dat gaat het juist niet), maar louter en alleen omdat de rente weer gaat stijgen.

Niettemin krijgen wij ouderen er voor het eerst sinds ruim 12 jaar weer ‘wat bij’.

Ik moest oppassen dat ik met mijn oude, inmiddels versleten, botten niet een gat in de lucht sprong. Dat zou vast volkomen verkeerd zijn uitgepakt. Bovendien blijkt mijn geblesseerde linkerknie, opgelopen na een volkomen belachelijke tuimeling, nog in het geheel niet te zijn genezen. 

Mijn pensioenfonds schalt vol trots van de toren dat de pensioenen volgende maand met 2,39 % kunnen worden verhoogd.

Nadat deze heuglijke mededeling enigszins was ingeland, keerde ik terug in de realiteit van elke dag. Een realiteit waaraan niet valt te ontsnappen met onder andere ruim 15%, misschien hier en daar wel 20%, gestegen prijzen van de dagelijkse levensbehoeften en brandstofprijzen die in een half jaar tijd met minimaal 40% omhoog zijn gegaan.  En een inflatie die dit jaar inmiddels is opgelopen tot een gemiddelde van 8-9 %.

Voeg daaraan toe dat wij senioren in twaalf jaar tijd ruim 23 % in koopkracht zijn achtergebleven en de conclusie is gerechtvaardigd dat wij weer blij worden gemaakt met zo’n overbekende dode mus of misschien wel, naar later zal blijken, een sigaar uit eigen doos.

Maar laat ik vooral niet zielig of ontevreden doen. Wij krijgen er ‘wat bij’. En daar moeten wij dankbaar voor zijn. Misschien ben ik in die twaalf jaar wel verleerd hoe dat voelt of moet.

Het slechtste moet echter nog komen wordt ons inmiddels aangepraat door, opnieuw, een blik vol deskundigen economen en minder deskundige politici. Vooral als blijkt dat die meneer in Rusland de gaskraan helemaal en voor iedereen dichtdraait of dat het graan uit Oekraïne daar blijft en uiteindelijk verrot.

Wij krijgen er wat bij. En daar ga ik volgende maand iets leuks mee doen om het te vieren. De maand daarna gebruik ik het om een volle tank benzine te kunnen blijven kopen en de opnieuw gestegen prijzen van de boodschappen te betalen. Maar klagen, nee hoor!

Het inhalen van die misgelopen koopkracht van ruim 23 % wordt vrijwel zeker een ‘mission impossibel’. Denk daarbij aan bijvoorbeeld het kwartje van Kok, de greep uit de kas van het ABP (30 miljard gulden)en de € 1000,- voor iedereen van opperbaas Rutte. 

Wij krijgen er wat bij en daar zal het wel bij blijven. Keep smiling.

Ernst

Het verkeerde been

oranje

Al mijn hele leven is voetbal éen van mijn favoriete sporten. Ik beoefende de sport niet alleen, maar keek en kijk er ook graag naar zowel op de televisie als langs de lijn. Langs de lijn bij mijn eigen clubje, Westerkwartier, als langs de lijn in de grote stadions van zowel Feijenoord, ADO Den Haag als AJAX. Eenmaal bezocht ik zelfs, samen met mijn schoonvader een voetbalwedstrijd van Tottenham Hotspur in het oude White Hart Lane stadion in Londen.

Eigenlijk was ik niet echt een voetballer maar een keeper. Men zegt wel eens dat je daar een beetje gek voor moest zijn. Als wij verloren -en dat gebeurde nogal eens- dan kreeg ik steevast de schuld of er werd heel diplomatiek gezegd dat “onze keeper zijn dag niet had”.

Een paar jaar nadat ik mijn voetbalschoenen aan de wilgen had gehangen haalde ik ze er toch weer vanaf. Na een opleiding van enkele maanden trok ik het zwarte pakje, met het logo van de KNVB erop, aan en meldde mij bij de eerste wedstrijd die ik moest fluiten als scheidsrechter.

Op een vroege zondagmorgen kreeg ik een wedstrijd toegewezen waarin twee veteranen elftallen elkaar naar het leven probeerden te staan. Die mannen, met bepaald geen afgetrainde lichamen, hadden al snel door dat ik nooit op echt niveau had gevoetbald en met een grote regelmaat werd ik dan ook bij elke beslissing omringd door rood aangelopen mannen van zowel de ene als de andere club.

Of ze waren het niet eens met mijn beslissing of ze waren het er wel mee eens, maar vonden dat ik minstens een rode kaart had moeten trekken. Kortom ik kon er geen pepernoot van volgens deze door de wol geverfde mannen.

Ik bleef op de been maar liet mij al snel overplaatsen naar de zaterdag en naar de junioren. Om daar te ontdekken dat het daar niet veel anderswas. Ook daar was de scheidsrechter regelmatig de gebeten hond. Misschien komt daar ook het gezegde “op je achterste benen staan’ vandaan. Maar ik hield het been meestal stijf.

Gisterenavond keek ik onderuit naar de wedstrijd van ons Oranje tegen het nietige Wales en zag hoe onze jongens opnieuw de grootste moeite hadden om op de been te blijven.

Na afloop bleef ik toch nog even hangen bij de nabeschouwing waar twee professionele analisten hun voetbalwijsheden mochten verkondigen. Nou zijn er, ook in relatie tot het voetbalspel, veel gezegdes waar het woord been in voorkomt. Denk aan “je beste beentje voorzetten’ of “vlug ter been zijn” of “iemand op het verkeerde been zetten”. Maar een van de analisten had voor het slechte spel van een verdediger de volgende, nog nooit gehoorde, verklaring: “hij kwam in situaties waarbij hij om zijn been heen moest spelen”.

De rest van de avond heb ik geprobeerd mij daar een beeld van te vormen. Maar steeds opnieuw zag ik een voetballer die vergeefse pogingen deed om om zijn been heen te spelen. Natuurlijk lukte dat niet want ook hij wist niet hoe dat moest. Eigenlijk was hij gewoon bezig zichzelf beentje te lichten.

Natuurlijk bedoelde de analist te zeggen dat de rechtsbenige verdediger op links moest spelen en daar grote moeite mee had. Maar zeg dat dan gewoon.

Oranje scoorde in de laatste minuut van de blessuretijd en won daardoor op het nippertje. Na het laatste fluitsignaal van de Zweedse scheidsrechter liepen beide elftallen op hun laatste benen naar de kleedkamers.

Ernst

Campertje

Campertje

Vandaag de dag wordt een deelauto steeds populairder. Steeds meer besluiten familieleden en zelfs buren met elkaar een auto te delen. Het schijnt voor iedereen veel voordeliger te zijn en als je het slim aanpakt kun je zo’n auto gebruiken wanneer het nodig is. 

Nog weinig mensen bezitten met elkaar een deel-camper. Maar in 2003 besloten wij in de familie er wel een aan te schaffen. Niet alleen zou dat veel voordeliger zijn, maar het maakte je vakantie veel avontuurlijker en als je het een beetje goed plande kon iedereen op vakantie wanneer men wilde. 

Belangrijk was ook de keuze voor zo’n campertje. Daar moest je het natuurlijk met elkaar wel over eens zijn. Maar dat bleek niet zo moeilijk. Sterker nog wij werden direct verliefd op deze uit Amerika geïmporteerde VW Westfalia T3. Een 2,5 liter automaat met airco, hef dak en een kofferbak op de achterklep. Een speciale Wolfsburg Edition.

De koop was snel gesloten al dacht ik nog wel even aan dat impuls aankoopje enkele jaren daarvoor toen ik mij liet verleden tot de aankoop van een Renault 16, een zogenaamde Seize.

Vol trots reden wij met onze nieuwe deel-camper naar Amersfoort om niet alleen onze vreugde te delen maar ook het gebruik van dit vakantie vehikel op wielen. In een achternamiddag sleutelden wij een rooster in elkaar zodat al min of meer vaststond wie, wanneer op vakantie zou gaan.

Voor een proefvakantie hadden wij een midweek gereserveerd en trokken naar de Ooi polder. Onze piepjonge teckel mocht mee en op het fietsenrek konden met gemak twee fietsen. Op weg terug naar huis waren wij het erover eens dat ons T3-tje was geslaagd voor het examen. Al vonden wij het bed van 1,20 meter wel wat smal. Maar voor een koude nacht was dat eigenlijk nog niet eens zo gek.

In 2004, zestig jaar na de landing in Normandië, hadden wij juist dat deel van Frankrijk uitgekozen om eens te gaan bekijken. Het werd een onvergetelijke tijd tussen al dat oude oorlogsmateriaal, veteranen uit Canada en Amerika en veel feesten in al die dorpjes. In ons campertje, eigenlijk al een oldtimer, sloegen wij bepaald geen slecht figuur.

In Normandië liet ons T3-tje ons voor de eerste keer in de steek. In elke bocht hoorden wij een luid krassend geluid. Een plaatselijk garagist, met grote krulsnor, was zo vriendelijk er even naar te kijken. Al snel werd duidelijk dat er wat kiezelsteentjes tussen de remklauwen waren gekomen. Een hogedruk spuit deed in vijf minuten wonderen. “Bon voyage monsieur”.

Toch werden er in de loop van de jaren daarna regelmatig kleine en grotere reparaties noodzakelijk. Een geluk bij een ongeluk was dat het om een deel-camper ging waardoor de rekeningen eigenlijk nog meevielen.

Niettemin besloten wij met elkaar na een aantal jaren, met pijn in het hart, het campertje te verkopen. Niet lang daarna hoorden wij dat de nieuwe eigenaar er ook veel kosten aan had gekregen en dat uiteindelijk het campertje in Antwerpen gestolen was en spoorloos van de radar verdween.

Waarschijnlijk rijdt hij nu ergens in Afrika. Daar weten zij goed wat delen is en slapen op 120 centimeter vinden ze daar ook geen probleem.