Campertje

Campertje

Vandaag de dag wordt een deelauto steeds populairder. Steeds meer besluiten familieleden en zelfs buren met elkaar een auto te delen. Het schijnt voor iedereen veel voordeliger te zijn en als je het slim aanpakt kun je zo’n auto gebruiken wanneer het nodig is. 

Nog weinig mensen bezitten met elkaar een deel-camper. Maar in 2003 besloten wij in de familie er wel een aan te schaffen. Niet alleen zou dat veel voordeliger zijn, maar het maakte je vakantie veel avontuurlijker en als je het een beetje goed plande kon iedereen op vakantie wanneer men wilde. 

Belangrijk was ook de keuze voor zo’n campertje. Daar moest je het natuurlijk met elkaar wel over eens zijn. Maar dat bleek niet zo moeilijk. Sterker nog wij werden direct verliefd op deze uit Amerika geïmporteerde VW Westfalia T3. Een 2,5 liter automaat met airco, hef dak en een kofferbak op de achterklep. Een speciale Wolfsburg Edition.

De koop was snel gesloten al dacht ik nog wel even aan dat impuls aankoopje enkele jaren daarvoor toen ik mij liet verleden tot de aankoop van een Renault 16, een zogenaamde Seize.

Vol trots reden wij met onze nieuwe deel-camper naar Amersfoort om niet alleen onze vreugde te delen maar ook het gebruik van dit vakantie vehikel op wielen. In een achternamiddag sleutelden wij een rooster in elkaar zodat al min of meer vaststond wie, wanneer op vakantie zou gaan.

Voor een proefvakantie hadden wij een midweek gereserveerd en trokken naar de Ooi polder. Onze piepjonge teckel mocht mee en op het fietsenrek konden met gemak twee fietsen. Op weg terug naar huis waren wij het erover eens dat ons T3-tje was geslaagd voor het examen. Al vonden wij het bed van 1,20 meter wel wat smal. Maar voor een koude nacht was dat eigenlijk nog niet eens zo gek.

In 2004, zestig jaar na de landing in Normandië, hadden wij juist dat deel van Frankrijk uitgekozen om eens te gaan bekijken. Het werd een onvergetelijke tijd tussen al dat oude oorlogsmateriaal, veteranen uit Canada en Amerika en veel feesten in al die dorpjes. In ons campertje, eigenlijk al een oldtimer, sloegen wij bepaald geen slecht figuur.

In Normandië liet ons T3-tje ons voor de eerste keer in de steek. In elke bocht hoorden wij een luid krassend geluid. Een plaatselijk garagist, met grote krulsnor, was zo vriendelijk er even naar te kijken. Al snel werd duidelijk dat er wat kiezelsteentjes tussen de remklauwen waren gekomen. Een hogedruk spuit deed in vijf minuten wonderen. “Bon voyage monsieur”.

Toch werden er in de loop van de jaren daarna regelmatig kleine en grotere reparaties noodzakelijk. Een geluk bij een ongeluk was dat het om een deel-camper ging waardoor de rekeningen eigenlijk nog meevielen.

Niettemin besloten wij met elkaar na een aantal jaren, met pijn in het hart, het campertje te verkopen. Niet lang daarna hoorden wij dat de nieuwe eigenaar er ook veel kosten aan had gekregen en dat uiteindelijk het campertje in Antwerpen gestolen was en spoorloos van de radar verdween.

Waarschijnlijk rijdt hij nu ergens in Afrika. Daar weten zij goed wat delen is en slapen op 120 centimeter vinden ze daar ook geen probleem.

Grensverleggend

De kop van de laatste blog van Joop luidt ‘grensoverschrijdend’ en al onmiddellijk legt hij een relatie met billenknijpers, juryleden van talentenjachten en een ex-voetballer die een complex heeft overgehouden aan een duizenduren kaars.

Grensoverschrijdend gedrag heeft een negatieve en soms uiterst verwerpelijke bijklank. Maar een, het gedachtengoed van Stalin verheerlijkende, machthebber in een voormalig communistisch land zet zijn grensoverschrijdende troepen eveneens aan tot het overschrijden van grenzen. Zowel geografisch als in het geweld tegen de onschuldige inwoners van zijn buurland. De hele wereld kijkt daarbij toe en grijpt niet in omdat men bang is voor een wereldoorlog, terwijl het feitelijk al lang een wereldoorlog is. Grenzen vervagen.

Bovendien hebben de afgelopen maanden miljoenen Oekraïners de grenzen van hun land, hoofdzakelijk in westelijke richting, overschreden. Daar werden zij, zonder enige aarzeling, door heel veel landen liefdevol en zorgzaam ontvangen en ondergebracht.

Ik zou dat ‘gedrag’ liever grensverleggend willen noemen. Al was het maar omdat dat woord een veel positievere en liefdevollere betekenis heeft dan dat andere woord.
Het heeft ook nog veel meer betekenissen, zoals bijvoorbeeld baanbrekend, innovatief of vernieuwend. Het heeft betrekking op het doorbreken van vroegere beperkingen.

In dat licht zie ik ook de vele, door Joop, genoemde projecten in het grensgebied van Nederland en Duitsland. Nederland dat 82 jaar geleden werd aangevallen door de Duitse buren onder leiding van een , door expansiezucht gedreven, Führer.
Vernieuwende, innovatie en baanbrekende initiatieven die voorbeelden zijn van het doorbreken van vroegere beperkingen. Grensverleggend dus.

Dat de Duitse spreker, die Joop citeert, beweerde dat de Nederlanders bereid zijn een stuk zekerheid op te geven voor meer vrijheid beschouw ik dan maar als een grapje. Het percentage ‘wappies’, of zo je wilt anti-vaxxers, in Duitsland was naar mijn mening even groot als dat in Nederland. Ik zie de massa demonstranten in Berlijn nog voor mij.

Grensoverschrijdend gedrag is vrijwel altijd verwerpelijk. Alhoewel ik mij realiseer dat het van alle tijden is. Ik heb zelfs het gevoel dat het tijdens en na Corona is toegenomen.
Laten wij daarom elk grensoverschrijdend gedrag met klem en steeds weer opnieuw veroordelen. Maar laten wij vooral met elkaar, nationaal en internationaal, streven naar grensverleggende initiatieven. Zeker de huidige jonge generatie wordt zich daar steeds meer van bewust en neemt vaak het voortouw. Gevraagd of ongevraagd.

“Ik snap niet waarom mensen bang zijn voor nieuwe ideeën. Ik ben juist bang voor de oude”.
John Cage, componist.

Dag van de Arbeid

Het is zondag 1 mei. Het klinkt misschien gek maar het is vandaag de Dag van de Arbeid. Terwijl het in veel Europese landen een officiële feestdag is, is dat in Nederland niet zo. In Rusland en de voormalige communistische landen in Oost-Europa wordt 1 mei jaarlijks gevierd met een parade, waaraan behalve arbeiders ook legereenheden deelnemen.

Logischerwijs zal de parade in Moskou nu vele malen kleiner zijn dan andere jaren. De, veelal hele jonge, soldaten hebben immers andere ‘verplichtingen’ die hun doorgeslagen leider hen heeft opgedragen. Bovendien is een groot deel van het materieel ook elders ingezet of inmiddels vernietigd.

Op Schiphol staat het voor de derde dag op rij vast. Zowel op de toegangswegen als voor en in de vertrekhallen. Duizenden Nederlanders hebben de schroom van zich afgeschud, Corona achter zich gelaten en vergeten en besloten dat het nu toch weer tijd wordt om de korte meivakantie te benutten om met elkaar te vertrekken naar zonniger oorden.
We hebben immers met z’n allen al veel te lang moeten wachten. Wij zijn immers al veel te lang in onze vrijheden beknot.

In de lange rijen zijn zij allang vergeten, dat wij nog geen twee maanden geleden anderhalve meter afstand moesten houden of een mondkapje moesten dragen. Wij moeten eruit!!  Wij willen even niet meer worden herinnerd aan het feit dat op nog geen 1000 kilometer afstand mensen sterven door raketten, bommen of geweervuur. Mensen omkomen van de honger en huis en haard verloren hebben!! Wij willen op vakantie! Wij willen terug naar het oude normaal!

Het is acht uur op deze zondagmorgen en voor de vertrekhallen hebben zich weer lange files gevormd. Files van auto’s die de vakantiegangers komen afzetten en een parkeerplekje in de Kiss & Ride stroken zoeken waar ze hun familie, vrienden of kennissen kunnen afzetten en de bagage kunnen uitladen. Soms zelfs vinden ze geen plekje en rijden ze een nieuw rondje voor een tweede poging. Eenmaal uitgeladen sluiten de vakantiegangers aan in de lange rijen wachtenden die stapje voor stapje proberen de vertrekhallen in te komen. Daar wacht hen opnieuw geduld want voordat je bij de incheckbalie bent en je bagage voor 1 week hebt afgegeven gaat er ook nog maar zo een uur voorbij.

De zenuwen gieren door je keel. Kom ik wel op tijd het vliegtuig in en zie ik straks mijn bagage nog wel terug op de plaats van bestemming.

Wij hoeven maar één passagier af te zetten. Eén passagier die helaas ook moet aansluiten bij de lange rij vakantiegangers. Hij heeft alleen een rugzakje en een grote weekendtas. Hij gaat niet op vakantie. Hij gaat weer terug naar het land waar hij samen met nog enkele duizenden NAVO-militairen de grens bewaakt. Hij is jaloers op die uitgelaten mensen die voor een weekje de zon gaan opzoeken. Hij zou het ook wel willen, maar de plicht roept. 

Of het nu de dag van de arbeid is of niet.

Wij omhelzen hem en wensen hem sterkte en spreken de clichés uit dat hij over drie maanden gezond en wel weer terugkomt op een dan misschien wat rustiger Schiphol. Het is immers je kleinzoon.

Wij rijden zonder woorden terug naar huis. De zon schijnt en op de A4 staat een nieuwe file op de afslag naar Schiphol. Auto’s met mensen die zich afvragen of zij wel op tijd zijn voor het vliegtuig naar de zon.

Vlak bij huis krijgen wij een appje. Het vliegtuig naar Vilnius is op tijd vertrokken.

Of het nu de dag van de arbeid is of niet.

Zes broertjes

Dat ik een geboren Hagenaar ben mag genoegzaam bekend zijn. Nee ik ben geen Hagenees want ik ben geboren ten westen van de Laan van Meerdervoort. Sterker nog ik ben geboren op Scheveningen’’  in de Oranje kliniek en ook nog in een biezenmandje. Uit de overlevering heb ik begrepen dat dat louter toeval was. Er was op dat moment gewoon nergens anders plaats. Er was, bleek later, sprake van een geboortegolf.
Niettemin zou ik mijzelf geen Scheveninger willen noemen want na een weekje werd ik samen met mijn moeder ontslagen en keerden wij terug in het Haagse. Bovendien hoort menigeen vandaag de dag onmiskenbaar mijn licht Haagse accent, al doe ik nog zo mijn best om dat te verbergen.

Als geboren Hagenaar werd vanmorgen een beroep gedaan op mijn geheugen en mijn kennis van “De Haag die mauie stad achtâh de dùine”.  Op de website van de lokale omroep West verscheen een artikel met de kop “Tien verdwenen Haagse gebouwen: herken jij ze nog?”
Als geboren Hagenaar herkende ik direct negen van de tien gebouwen. En bij bijna alle gebouwen kwamen direct allerlei jeugdherinneringen boven. Bijvoorbeeld de Haagse dierentuin, het Staatsspoor en de Houtrusthallen. Maar één gebouw bracht onmiddellijk een brede grijns op mijn gezicht. Het katholiek kindergesticht Groenestein. Een gesticht bedoeld voor bijvoorbeeld moeilijk opvoedbare kinderen

Het moet omstreeks 1965 zijn geweest toen ik Janny leerde kennen en het was liefde op het eerste gezicht. In ieder geval van mijn kant. Bij haar was blijkbaar nog wel een lichte aarzeling. Een aarzeling die misschien wel de bedoeling had mij eerst nog wat af te schrikken. 
Zonder blikken of blozen vertelde zij dat zij, naast een jonger zusje, nog zes broertjes had. Die woonden echter niet thuis maar in Groenestein. Het drie kamerflatje was immers veel te klein voor twee volwassenen en acht kinderen. Wat Groenestein was kon ik toen nog niet Googelen, maar dat was ook niet nodig want elke Hagenaar wist in die tijd wat Groenestein was en dat had bepaald geen beste naam. Als het de bedoeling was om mij te laten schrikken dan was zij daar glansrijk in geslaagd. Maar ik liet mij niet ontmoedigen.

Met een hier niet nader uit te leggen trucje nodigde ik mijzelf een aantal dagen later uit bij haar thuis, in de Haagse Moerwijk, en maakte kennis met haar ouders en haar jongere zusje. Van de zes broertjes was geen spoor te vinden. Op mijn vraag hoe het ging met de broertjes werd eerst verbaasd gereageerd maar direct daarna volgde een daverend lachsalvo van Janny’s vader en moeder. Het bleek een uit haar duim gezogen verhaal te zijn.

Toen Janny vanmorgen de lijst met de tien verdwenen Haagse gebouwen bekeek klonk er een luide lach door de kamer bij het zien van de foto van het kindergesticht Groenestein. 
Dat zij destijds misschien ook wel graag een broertje had gehad had ik nog wel begrepen maar zes moeilijk opvoedbare broertjes zou vrijwel zeker te veel van het ‘goede’ zijn geweest.

Winterslaap

Afgelopen zondag ben ik bijna letterlijk ontwaakt uit mijn winterslaap. Alhoewel ook wij natuurlijk overal hadden gelezen dat in de nacht van zaterdag op zondag de klok weer een uur vooruit moest worden gezet, hadden wij er in het geheel niet meer aan gedacht.

Plotseling bleek het aan de ontbijttafel niet half tien te zijn maar half elf. Ineens was de zondag overduidelijk een uur korter voor ons. Dat het langer donker was gebleven dan een dag eerder hadden wij simpelweg niet gemerkt. Kortom wij waren die dag van slag. Eigenlijk gewoon een verloren zondag.

Volgens de geleerden (welke geleerden dan?) zou het een enorm voordeel voor ons zijn dat het ’s avonds een uur langer licht is terwijl wij er ’s morgens nauwelijks iets van merken. Wij slapen dan immers nog.

Van de week las ik dat een chrono-bioloog het helemaal niet zo gezond vindt voor ons. Allereerst vroeg ik mij af wat een chrono-bioloog is. Dat was nog snel gevonden. Een chrono-bioloog bestudeert het bioritme van mensen. Volgens deze deskundige hebben avondmensen tijdens de zomertijd een slaaptekort van twee tot drie uur. Dat schijnt een risicofactor voor het krijgen van hart- en vatziekten te zijn.
Volgens een andere ‘deskundige’ (een CDA Europarlementariër) hebben niet alleen het gezinsleven maar ook kippen, koeien en andere dieren te lijden onder het volledig zoekraken van het bioritme. Een zeer ernstige zaak dus.

De zomertijd. Voor sommigen betekent dat een week lang een ochtendhumeur en wallen tot op de knieën. Maar ook onze huisdieren hebben dus last van de overgang van winter- naar zomertijd.

Maar waarom doen wij het dan toch al bijna 50 jaar? Al in het voorjaar van 2019 ging het Europees Parlement akkoord met het beëindigen van de zomer- en wintertijd in 2021. En toch hebben wij afgelopen weekend gewoon weer de klokken een uur vooruitgezet.
Maar wat blijkt, het parlement heeft echter een uitstelclausule aangenomen om te voorkomen dat er een grote verscheidenheid aan verschillende tijden ontstaat. De meeste EU-landen, waaronder Nederland, hebben meer tijd nodig om de bevolking, het bedrijfsleven en belanghebbenden te raadplegen. Ik denk vooral het bedrijfsleven en wie die belanghebbenden precies zijn ontgaat mij.
Dus voorlopig gaat het voorstel om de zomertijd af te schaffen de ijskast in.

Wij hebben dus al bijna drie jaar meer tijd nodig om het in Europa eens te worden over de vraag of wij nog wel door moeten gaan met het elk jaar opnieuw verzetten van de tijd. Komt tijd komt raad zou je zeggen. Nee dus.

Of zou het kunnen zijn dat wij in Europa ook hier geen overeenstemming over kunnen bereiken en dat ik dan mijn klok een uur terug of juist vooruit moet zetten als ik bij jou op bezoek kom, Joop?

Intussen slaap ik gewoon weer gemiddeld zeven tot acht uur per nacht of het nu donker of licht is buiten en hoop dat wij het laatste weekend van oktober de klok voor het laatst weer een uur mogen terugzetten. Ik vrees echter dat wij dan toch weer meer tijd nodig hebben in Nederland maar ook bij onze buren.