Zes broertjes

Dat ik een geboren Hagenaar ben mag genoegzaam bekend zijn. Nee ik ben geen Hagenees want ik ben geboren ten westen van de Laan van Meerdervoort. Sterker nog ik ben geboren op Scheveningen’’  in de Oranje kliniek en ook nog in een biezenmandje. Uit de overlevering heb ik begrepen dat dat louter toeval was. Er was op dat moment gewoon nergens anders plaats. Er was, bleek later, sprake van een geboortegolf.
Niettemin zou ik mijzelf geen Scheveninger willen noemen want na een weekje werd ik samen met mijn moeder ontslagen en keerden wij terug in het Haagse. Bovendien hoort menigeen vandaag de dag onmiskenbaar mijn licht Haagse accent, al doe ik nog zo mijn best om dat te verbergen.

Als geboren Hagenaar werd vanmorgen een beroep gedaan op mijn geheugen en mijn kennis van “De Haag die mauie stad achtâh de dùine”.  Op de website van de lokale omroep West verscheen een artikel met de kop “Tien verdwenen Haagse gebouwen: herken jij ze nog?”
Als geboren Hagenaar herkende ik direct negen van de tien gebouwen. En bij bijna alle gebouwen kwamen direct allerlei jeugdherinneringen boven. Bijvoorbeeld de Haagse dierentuin, het Staatsspoor en de Houtrusthallen. Maar één gebouw bracht onmiddellijk een brede grijns op mijn gezicht. Het katholiek kindergesticht Groenestein. Een gesticht bedoeld voor bijvoorbeeld moeilijk opvoedbare kinderen

Het moet omstreeks 1965 zijn geweest toen ik Janny leerde kennen en het was liefde op het eerste gezicht. In ieder geval van mijn kant. Bij haar was blijkbaar nog wel een lichte aarzeling. Een aarzeling die misschien wel de bedoeling had mij eerst nog wat af te schrikken. 
Zonder blikken of blozen vertelde zij dat zij, naast een jonger zusje, nog zes broertjes had. Die woonden echter niet thuis maar in Groenestein. Het drie kamerflatje was immers veel te klein voor twee volwassenen en acht kinderen. Wat Groenestein was kon ik toen nog niet Googelen, maar dat was ook niet nodig want elke Hagenaar wist in die tijd wat Groenestein was en dat had bepaald geen beste naam. Als het de bedoeling was om mij te laten schrikken dan was zij daar glansrijk in geslaagd. Maar ik liet mij niet ontmoedigen.

Met een hier niet nader uit te leggen trucje nodigde ik mijzelf een aantal dagen later uit bij haar thuis, in de Haagse Moerwijk, en maakte kennis met haar ouders en haar jongere zusje. Van de zes broertjes was geen spoor te vinden. Op mijn vraag hoe het ging met de broertjes werd eerst verbaasd gereageerd maar direct daarna volgde een daverend lachsalvo van Janny’s vader en moeder. Het bleek een uit haar duim gezogen verhaal te zijn.

Toen Janny vanmorgen de lijst met de tien verdwenen Haagse gebouwen bekeek klonk er een luide lach door de kamer bij het zien van de foto van het kindergesticht Groenestein. 
Dat zij destijds misschien ook wel graag een broertje had gehad had ik nog wel begrepen maar zes moeilijk opvoedbare broertjes zou vrijwel zeker te veel van het ‘goede’ zijn geweest.

2 antwoorden op “Zes broertjes”

  1. Mijn zus had niet alleen 6 broertjes in groenestein ze had ook nog 1 grote broer die vaarde op de grote vaart.
    Ik niets van dit alles behalve 1 grote zus

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.