Het verkeerde been

Al mijn hele leven is voetbal éen van mijn favoriete sporten. Ik beoefende de sport niet alleen, maar keek en kijk er ook graag naar zowel op de televisie als langs de lijn. Langs de lijn bij mijn eigen clubje, Westerkwartier, als langs de lijn in de grote stadions van zowel Feijenoord, ADO Den Haag als AJAX. Eenmaal bezocht ik zelfs, samen met mijn schoonvader een voetbalwedstrijd van Tottenham Hotspur in het oude White Hart Lane stadion in Londen.

Eigenlijk was ik niet echt een voetballer maar een keeper. Men zegt wel eens dat je daar een beetje gek voor moest zijn. Als wij verloren -en dat gebeurde nogal eens- dan kreeg ik steevast de schuld of er werd heel diplomatiek gezegd dat “onze keeper zijn dag niet had”.

Een paar jaar nadat ik mijn voetbalschoenen aan de wilgen had gehangen haalde ik ze er toch weer vanaf. Na een opleiding van enkele maanden trok ik het zwarte pakje, met het logo van de KNVB erop, aan en meldde mij bij de eerste wedstrijd die ik moest fluiten als scheidsrechter.

Op een vroege zondagmorgen kreeg ik een wedstrijd toegewezen waarin twee veteranen elftallen elkaar naar het leven probeerden te staan. Die mannen, met bepaald geen afgetrainde lichamen, hadden al snel door dat ik nooit op echt niveau had gevoetbald en met een grote regelmaat werd ik dan ook bij elke beslissing omringd door rood aangelopen mannen van zowel de ene als de andere club.

Of ze waren het niet eens met mijn beslissing of ze waren het er wel mee eens, maar vonden dat ik minstens een rode kaart had moeten trekken. Kortom ik kon er geen pepernoot van volgens deze door de wol geverfde mannen.

Ik bleef op de been maar liet mij al snel overplaatsen naar de zaterdag en naar de junioren. Om daar te ontdekken dat het daar niet veel anderswas. Ook daar was de scheidsrechter regelmatig de gebeten hond. Misschien komt daar ook het gezegde “op je achterste benen staan’ vandaan. Maar ik hield het been meestal stijf.

Gisterenavond keek ik onderuit naar de wedstrijd van ons Oranje tegen het nietige Wales en zag hoe onze jongens opnieuw de grootste moeite hadden om op de been te blijven.

Na afloop bleef ik toch nog even hangen bij de nabeschouwing waar twee professionele analisten hun voetbalwijsheden mochten verkondigen. Nou zijn er, ook in relatie tot het voetbalspel, veel gezegdes waar het woord been in voorkomt. Denk aan “je beste beentje voorzetten’ of “vlug ter been zijn” of “iemand op het verkeerde been zetten”. Maar een van de analisten had voor het slechte spel van een verdediger de volgende, nog nooit gehoorde, verklaring: “hij kwam in situaties waarbij hij om zijn been heen moest spelen”.

De rest van de avond heb ik geprobeerd mij daar een beeld van te vormen. Maar steeds opnieuw zag ik een voetballer die vergeefse pogingen deed om om zijn been heen te spelen. Natuurlijk lukte dat niet want ook hij wist niet hoe dat moest. Eigenlijk was hij gewoon bezig zichzelf beentje te lichten.

Natuurlijk bedoelde de analist te zeggen dat de rechtsbenige verdediger op links moest spelen en daar grote moeite mee had. Maar zeg dat dan gewoon.

Oranje scoorde in de laatste minuut van de blessuretijd en won daardoor op het nippertje. Na het laatste fluitsignaal van de Zweedse scheidsrechter liepen beide elftallen op hun laatste benen naar de kleedkamers.

Ernst

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.