De pen van mijn vader

Nu pas valt me de foto op die jij, Ernst, bij je ‘69’-blog plaatste: twee pennenhouders en een hand die jullie huwelijksakte ondertekent. Het beeld is zóóóó ‘Jaren ‘60’! Dat zie je aan de pennenhouders maar evengoed aan de manchetten, de revers en het pochetje van de bruidegom. In zijn knoopsgat zit, wed ik, een anjer. We zien tenminste het steeltje, omwikkeld met groen plastic. Bruidegoms waren allemaal een beetje Prins Bernard in die jaren.

Maar het gaat mij om die pennenhouders. Mijn vader had er precies zo één! Hij gebruikte hem zelf nooit maar ik was er gek mee als jongetje. We hebben het hier over een pen die je af en toe in de houder moest indopen, want daar zat de inkt in. Om morsen tegen te gaan waren boven in die houder kleine ijzeren staafjes in de inkt gelegd. Als je daar even de pen induwde, kon je weer verbazend lang verder schrijven. Veel langer in ieder geval dan met onze kroontjespennen op school. 

Het vullen van de houder was wel een opgave. Daarvoor moest je het zwarte bovendeel lostrekken van de glazen onderkant en dat ging zelden zonder morsen of spatten. Je mocht blij zijn als daarna niet tot je ellebogen onder de blauwe Pelikan inkt zat. 

Mijn God, ik zie dat ding tot in het kleinste detail voor me! Terwijl we het toch over 55-60 jaar geleden hebben! De kleine letters op het zwarte deel, de bodem van de glazen onderkant met op drie hoeken een stukje kurk geplakt, de geur van de inkt, de doorzichtige bovenkant van de pen…

De pen lag heerlijk in je hand en was bij het schrijven geen vergelijk met de door het Ministerie van O,K & W verstrekte kroontjespennen op school. Bij een diktee hoorde je zowat buiten op het  schoolplein het krassen van al die 25 pennen. Deze pen gleed echter geruisloos over het papier.

Dat mijn vader hem niet zelf gebruikte had een reden. Hij had hem als relatiegeschenk gekregen. En daar had hij het moeilijk mee. Hij was bij Peek & Cloppenburg als Hoofd Inrichting verantwoordelijk voor het interieur van alle – toen nog – ongeveer 30 winkels in heel Nederland. Als zodanig moest hij ook over veel grote aankopen beslissen. Zo tegen Kerst vond hij dan allerlei cadeautjes op zijn bureau. Die nam hij eerst aan maar daardoor werden het er het jaar daarop alleen maar méér. Was het aanvankelijk een nieuwe agenda of kalender, al snel kwamen steeds duurdere geschenken: mooie aanstekers, kistjes wijn, cognac en dus dure pennen. Omdat het woord ‘compliance’ nog moest worden uitgevonden, greep hij toen maar zelf in: “Heren, dank, maar géén geschenken boven de 25 gulden!” Maar deze pen had hij al aangenomen. Door hem aan mij door te schuiven loste hij zijn gewetensnood op.

Wat ik aan mijn vader bewonder is juist die eenvoud, die ingebakken rechtschapenheid, het afwijzen van alle luxe die men niet zelf met eerlijk werk ‘verdiend’ had en zijn vermogen van het kleine te genieten. Ik heb hier thuis vanwege mijn werk en passie alleen al zo’n 6-7 professionele camera’s en nog eens minstens 30 in mijn verzameling. Ik hoor hem zeggen: ”Is dat niet wat overdreven, Joop?” Ik weet hoe hij zelf zat te wikken en wegen voordat hij eindelijk een Ferrania Lince 2 kleinbeeldcamera kocht voor 49,- gulden. Ik heb camera en bon hier nog liggen. Hij kocht er voor 29 gulden een lichtmeter bij van het merk Sekonic. 

Een jaar later kwam er een lampjesflitser bij van 19 gulden. Mijn oom Fred had inmiddels al lang een peperdure ‘elektronenblitz’. Omdat er nog geen sterke accu’s bestonden, moest die bij het fotograferen wel met het stopcontact verbonden blijven. Mijn vader sloeg dat gehannes met die kabel meewarig gade.

Zijn tas met camera, lichtmeter, flitser, reispapieren en portefeuille liet hij vervolgens wel op het station van Mallnitz (Oostenrijk) op een perronbankje staan. Daar kwam hij pas achter toen de conducteur voorbijkwam. Zo was hij dan ook wel weer. Gelukkig had hij zijn vakantieadres ook in de tas gestoken en een goudeerlijke treinreiziger bracht het geheel daarheen. Tranen van blijdschap kwamen er, toen hij ’s avonds de tas in het hotel terugvond. Onnodig te zeggen dat hij mijn latere suggestie om een spiegelreflex te kopen in de wind sloeg: “Die Ferrania doet het nog prima, jongen!”

6 antwoorden op “De pen van mijn vader”

  1. De flitsende pen van mijn rustige vader, hij was een product van de vorige
    (1901) eeuw. Bedachtzaam en van beroep chauffeur/monteur toen der tijd een belangrijk beroep. Maar zijn pennetjes was zijn emotionele uitlaat. Recht voor z’’N raap.
    Met respect denk ik hem terug. Dries

  2. De flitsende pen van mijn rustige vader, hij was een product van de gein (1901) eeuw. Bedachtzaam en van beroep chauffeur/monteur toen der tijd een belangrijk beroep. Maar zijn pennetjes was zijn emotionele uitlaat. Recht voor z’’N raap.
    Met respect denk ik hem terug. Dries

  3. Weddenschap verloren Joop! Het was geen anjer maar een Stephanotis (zat ook in Janny’s bruidsboeket). Ik wilde juist NIET prins Bernard zijn. Overigens leuk verhaal.

    1. Stephanotis… ook zo’n 60er jaren gedrocht, net zoals de ficus in de hoek van de kamer en de sanseveria (vrouwentongen) op de vensterbank. Maar het heeft een goed huwelijk gelukkig niet in de weg gestaan! 😉

Laat een antwoord achter aan Dries Blommers Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.