Verschlimmbessern

De Duitse taal is een prachtige, rijke taal. Het is alleen jammer dat ik dat pas na mijn 55e heb ontdekt. Op de middelbare school heb ik het vak Duits laten vallen zodra dat maar mogelijk was. Ik kon de naamvallen en dat ‘Der’, ‘Die’, ‘Dem’, ‘Das’, ‘Sie’, ‘Ihnen’, Ihrer’ ‘Euer’ nooit uit elkaar houden en, eerlijk gezegd, nog steeds niet. Inmiddels heb ik een techniek ontwikkeld om die woorden binnensmonds te mompelen waardoor niemand merkt dat ik maar wat probeer. Men vraagt mij zelfs wel eens voorzichtig uit welke streek van Duitsland ik kom. Een groot compliment. Mijn moeder (sprak 6 talen met alleen lagere school op zak) zou trots op me zijn. Bluffing your way through Germany.

Waar ik in de Duitse taal nooit aan zal wennen is dat aan elkaar plakken van allerlei woorden tot een lengte waarvoor je drie Scrabbleborden naast elkaar nodig zou hebben. Bijvoorbeeld ‘Lieferkettensorgfaltspflichtengesetz’, een woord dat regelmatig in de Duitse media rondgaat. Leveranciers moeten nml. precies gaan aangeven waar alle onderdelen of ingrediënten van hun product vandaan komen. Een nachtmerrie voor producenten maar ethisch gezien wel een stap voorwaarts.

Een prachtig woord daarentegen vind ik ‘verschlimmbessern’. Een niet goed te vertalen werkwoord (verslechtbeteren?) wat zoiets betekent als een product of dienst willen verbeteren waardoor het eigenlijk slechter is geworden. Ik ken daar veel voorbeelden van. Het probleem is dat je dan al gauw in de hoek van de ‘grumpy old men’ wordt gezet die de hele dag zeuren dat vroeger alles beter was. Maar inmiddels hoor ik steeds meer jonge mensen dit woord gebruiken. Geen wonder. Met iedere software update zit ik met samengeknepen billen als de nieuwe versie voor de eerste keer opstart om niet zelden te ontdekken dat twee problemen zijn opgelost en er tien nieuwe zijn bijgekomen.

Deze week was het AutoBild dat zich met een krachtig protest van dit woord bediende. Het idee dat iedere auto een rijdend computerscherm moet worden, leidt regelmatig tot belachelijke ‘verbeteringen’. In de laatste lichting Volkswagens bijvoorbeeld ontbreken de draaiknoppen voor de airco en het radiovolume en zijn vervangen door twee sliders op het beeldscherm, vlak naast elkaar en op forse afstand van de bestuurder. Ziet u het voor je? Op een hobbelige weg proberen met je vingers precies de juiste instelling te vinden, om meestal te ontdekken dat de radio harder gaat terwijl je het eigenlijk warmer wilde hebben. ’s Avonds zijn de sliders onverlicht en wordt iedere poging zinloos. VW heeft inmiddels beterschap beloofd.

BMW was één van de weinige automerken die een vrijwel perfect systeem had ontwikkeld voor de menubediening: de ‘IDrive’. Een grote knop naast je stoel waardoor je met draaien en drukken soepel door je beeldschermmenu werd gevoerd, zonder de aandacht van de weg af te leiden. En wat doet BMW? “In onze nieuwe modellen kiezen we voor een ander bedieningsconcept”. Na een testrondje vroeg AutoBild zich af of ze in München helemaal gek waren geworden.

Ik kan nog wel even doorgaan maar zou het eigenlijk leuker vinden als anderen met voorbeelden komen van ‘Verschlimmbessern’. En denk daarbij niet alleen aan software. De koekjes waar ik zo gek op was, zijn na een ‘verbeterde receptuur’ ook niet meer wat ze waren. Ik ben benieuwd!

Joop

Bij de illustratie: ‘s Ochtends het brood, ‘s avonds het bier. Zelfde woord, ander geslacht. Hier in huis snapt alleen Verena dat. (titelpagina van een boek door Marlène Fischer)

Energiecrisis op zijn Duits

Het leuke van aan de grens wonen is dat je twee landen ieder naar de volksaard ziet reageren op actuele ontwikkelingen. We zagen dat al in de omgang met Corona maar nu weer met de energiecrisis.

In Duitsland is dat laatste hét gespreksthema bij de bakker en in de bierhallen. En er is duidelijk meer paniek dan in Nederland. De kranten openen er vrijwel dagelijks mee en de bijlagen over energiebesparing zijn vuistdik. De Stadt Bocholt heeft ons een paar maanden geleden zelfs een officiële brief gestuurd om ons voor te bereiden op ‘wat er mogelijk op ons afkomt’. Een brief die ons met zijn ‘doomsday’-stijl direct in de tochtwerende gordijnen joeg en ertoe leidde dat er nu een state-of-the-art houtkachel in onze woonkamer staat. Want als je geen stroom en verwarming hebt…

Het was, net als in de Duitse politiek, wel even wikken en wegen tussen ons milieugeweten en de angst voor een steenkoud huis. Maar de in Duitsland verkochte houtkachels worden door de TÜV en vele andere keuringsinstanties getest en van groene zegels voorzien dat het een lust is. Vervolgens krijg je van de schoorsteenveger – een machtige instantie in Duitsland die je bij zo’n aanschaf verplicht moet inschakelen – een heuse instructie hoe je zo milieuvriendelijk mogelijk stookt, samen met – jawohl! – een keuringsrapport van kachel en schoorsteen.

In de Duitse politiek ging het als gezegd niet anders. Het soms verbazend goedgelovige Duitsland heeft zich voor de gasvoorziening voor 90% afhankelijk gemaakt van Rusland en plukt daar nu de zure vruchten van. Maar Duitsland zou Duitsland niet zijn als ze dat probleem niet met grote inzet zouden aanpakken. En dat schijnt te lukken. Er worden met spoed LNG-terminals gebouwd, contracten met nieuwe leveranciers afgesloten, de gasbuffer is al bijna 95% gevuld en de omschakeling op alternatieve energiebronnen, in Duitsland sowieso alom aanwezig, wordt nog eens versneld. En zoals vaak in Duitsland: geld speelt geen rol.

Maar nou komt het. Voor het eerst zijn de Groenen in Berlijn aan de regering. En uitgerekend de Groene ministers voor Energie en Milieu hebben nu moeten besluiten de inzet van CO2 brakende (bruin)kolencentrales op te schalen en de laatste kerncentrales langer aan de praat te houden. Daarbij speelt een rol dat het verouderde stroomnet in Duitsland, mede door de redelijke onafhankelijkheid van de Bundesländer (provincies), een chaos is en de overproductie aan windenergie in Noord-Duitsland niet naar Beieren kan worden getransporteerd, waar stroomkrapte heerst door uitval van Franse leveringen. Onder de streep: soms moeten windmolens in het noorden worden uitgeschakeld omdat men de stroom niet kwijt kan, terwijl in Beieren een kolencentrale meer CO2 uit moet braken om tekorten dáár aan te vullen.

Maar wij zitten sinds vrijdag enigszins gerustgesteld bij ons ‘derde scherm’ (de houtkachel) knus TV te kijken, op de IPad te spelen of een tijdschrift te lezen en besparen tegelijk op de gasrekening. ‘Zaten’, moet ik eigenlijk zeggen. Want in dat tijdschrift vond ik een verontrustende brief van de uitgever: “Omdat voor het drogen van de drukinkt erg veel gas wordt verbruikt, kunnen wij niet garanderen dat het tijdschrift de komende maanden in druk verschijnt”. Paniek!

Joop

De pen van mijn vader

Nu pas valt me de foto op die jij, Ernst, bij je ‘69’-blog plaatste: twee pennenhouders en een hand die jullie huwelijksakte ondertekent. Het beeld is zóóóó ‘Jaren ‘60’! Dat zie je aan de pennenhouders maar evengoed aan de manchetten, de revers en het pochetje van de bruidegom. In zijn knoopsgat zit, wed ik, een anjer. We zien tenminste het steeltje, omwikkeld met groen plastic. Bruidegoms waren allemaal een beetje Prins Bernard in die jaren.

Maar het gaat mij om die pennenhouders. Mijn vader had er precies zo één! Hij gebruikte hem zelf nooit maar ik was er gek mee als jongetje. We hebben het hier over een pen die je af en toe in de houder moest indopen, want daar zat de inkt in. Om morsen tegen te gaan waren boven in die houder kleine ijzeren staafjes in de inkt gelegd. Als je daar even de pen induwde, kon je weer verbazend lang verder schrijven. Veel langer in ieder geval dan met onze kroontjespennen op school. 

Het vullen van de houder was wel een opgave. Daarvoor moest je het zwarte bovendeel lostrekken van de glazen onderkant en dat ging zelden zonder morsen of spatten. Je mocht blij zijn als daarna niet tot je ellebogen onder de blauwe Pelikan inkt zat. 

Mijn God, ik zie dat ding tot in het kleinste detail voor me! Terwijl we het toch over 55-60 jaar geleden hebben! De kleine letters op het zwarte deel, de bodem van de glazen onderkant met op drie hoeken een stukje kurk geplakt, de geur van de inkt, de doorzichtige bovenkant van de pen…

De pen lag heerlijk in je hand en was bij het schrijven geen vergelijk met de door het Ministerie van O,K & W verstrekte kroontjespennen op school. Bij een diktee hoorde je zowat buiten op het  schoolplein het krassen van al die 25 pennen. Deze pen gleed echter geruisloos over het papier.

Dat mijn vader hem niet zelf gebruikte had een reden. Hij had hem als relatiegeschenk gekregen. En daar had hij het moeilijk mee. Hij was bij Peek & Cloppenburg als Hoofd Inrichting verantwoordelijk voor het interieur van alle – toen nog – ongeveer 30 winkels in heel Nederland. Als zodanig moest hij ook over veel grote aankopen beslissen. Zo tegen Kerst vond hij dan allerlei cadeautjes op zijn bureau. Die nam hij eerst aan maar daardoor werden het er het jaar daarop alleen maar méér. Was het aanvankelijk een nieuwe agenda of kalender, al snel kwamen steeds duurdere geschenken: mooie aanstekers, kistjes wijn, cognac en dus dure pennen. Omdat het woord ‘compliance’ nog moest worden uitgevonden, greep hij toen maar zelf in: “Heren, dank, maar géén geschenken boven de 25 gulden!” Maar deze pen had hij al aangenomen. Door hem aan mij door te schuiven loste hij zijn gewetensnood op.

Wat ik aan mijn vader bewonder is juist die eenvoud, die ingebakken rechtschapenheid, het afwijzen van alle luxe die men niet zelf met eerlijk werk ‘verdiend’ had en zijn vermogen van het kleine te genieten. Ik heb hier thuis vanwege mijn werk en passie alleen al zo’n 6-7 professionele camera’s en nog eens minstens 30 in mijn verzameling. Ik hoor hem zeggen: ”Is dat niet wat overdreven, Joop?” Ik weet hoe hij zelf zat te wikken en wegen voordat hij eindelijk een Ferrania Lince 2 kleinbeeldcamera kocht voor 49,- gulden. Ik heb camera en bon hier nog liggen. Hij kocht er voor 29 gulden een lichtmeter bij van het merk Sekonic. 

Een jaar later kwam er een lampjesflitser bij van 19 gulden. Mijn oom Fred had inmiddels al lang een peperdure ‘elektronenblitz’. Omdat er nog geen sterke accu’s bestonden, moest die bij het fotograferen wel met het stopcontact verbonden blijven. Mijn vader sloeg dat gehannes met die kabel meewarig gade.

Zijn tas met camera, lichtmeter, flitser, reispapieren en portefeuille liet hij vervolgens wel op het station van Mallnitz (Oostenrijk) op een perronbankje staan. Daar kwam hij pas achter toen de conducteur voorbijkwam. Zo was hij dan ook wel weer. Gelukkig had hij zijn vakantieadres ook in de tas gestoken en een goudeerlijke treinreiziger bracht het geheel daarheen. Tranen van blijdschap kwamen er, toen hij ’s avonds de tas in het hotel terugvond. Onnodig te zeggen dat hij mijn latere suggestie om een spiegelreflex te kopen in de wind sloeg: “Die Ferrania doet het nog prima, jongen!”

Joop

Er wat bij – 2

Ja Ernst, dat is een mooi moment na 12 jaar! Ik hoop van harte dat de rente en de pensioenen nog veel sterker stijgen. Want dan kunnen we de inflatie misschien een klein beetje bijhouden.

Jij kan van die 2,39% een volle tank benzine betalen. Aangezien ik maar beperkt onder het ABP viel, kan ik er met Verena een kop koffie van kopen op het terras in Bocholt. Let op: in Bocholt. Maar niet in het Zwitserse Wil of welk Zwitsers stadje dan ook. Onder de 5 Frank gaat niet lukken. Colaatje 6 Frank. Daarbij is de bediening een stuk minder hoffelijk dan in Duitsland en betaalde ik bij de pinautomaat bijna €52 voor 50 Fr.

Hadden we dan geen fijne vakantie? Jazeker wel! Echt fantastisch! Maar ik wil hier niet iedereen lastigvallen met al het cultureel-, natuur-, culinair- en vinologisch genot tijdens die drie weken. Ik wil alleen een financiële tip doorgeven aan iedereen die nog ‘moet’: mijd Zwitserland als de pest, tenzij je grootverdiener bent!

Eerlijk gezegd hield ik bij vertrek uit Suderwick al een beetje mijn hart vast. Hoe zou de inflatie hebben toegeslagen in de hotels, restaurants, cafeetjes en ook winkels? Zolang we in het Zwarte Woud en de rest van Duitsland bleven viel me dat reuze mee. Maar mij was door Verena een ritje met een Zwitserse trein beloofd. Geen ‘beroemde’ trein zoals de Rhätische Bahn of de Bernina Express, dat was nu te ver weg, maar wel een lijntje dat in het boekje ‘Mooie treinreizen in Zwitserland’ te vinden was. Van de Bodensee naar Wil, via Weinfelden. Klingt al prachtig, toch?

Het begon al bij het parkeren in Konstanz: Haagse tarieven. Terwijl het toch maar een klein peststadje is. Dan naar het treinloket. De dame had er duidelijk geen zin in zich in onze wensen te verdiepen, laat staan uit te leggen wat er mogelijk is voor een treinliefhebber. Een kaartje Konstanz – Wil was dan 38,40 Fr. Per persoon. 2e klas, uurtje heen, uurtje terug. Dat we voor 1,60 meer de hele dag vrij reizen hadden gehad in de regio kwam bij haar niet op. En bij ons pas toen we het foldertje in de trein lazen.

Bijna 360 graden panorama, dat dan weer wel

De rit was werkelijk mooi, al hoor je bij ieder ‘kedeng’ toch onwillekeurig een Frank in de SBB-spaarpot vallen. Maar we hadden een hele zithoek voor onszelf alleen. Genieten! 

Onderweg even koffiedrinken. Prijs heb ik je al genoemd. Uit nieuwsgierigheid (ik heb iets met stoffen en naaimachines -mijn voorouders waren kleermakers) kijk ik in het voorbijgaan achteloos naar binnen bij een naaimachinehandel. Drie keer mijn bril gepoetst. Een Bernina naaimachine voor 8.295 Fr IN DE AANBIEDING????

Inkl. SM gelukkig. Moet je ook wel zijn als je zoveel geld uitgeeft aan een naaimachine.

Aan het eind van de middag werd ik toch wat hongerig. Verena niet, dus stel ik voor ‘een kleinigheidje’ bij een biertje te nemen. Een Spaghetti Bolognese bijvoorbeeld. Oeps… 24 Fr per portie. Het is bij een biertje gebleven. Diezelfde avond hebben we allebei die spaghetti gegeten bij de plaatselijk Italiaan in Neustadt met een prima fles wijn erbij. In totaal 32€. Het kan dus nog wel!

Blijft de vraag wat een Zwitserse leraar dan verdient, of een treinmachinist, of een loketambtenaar van de SBB? Ik ga het nog een keer uitzoeken. Maar wel veilig aan deze kant van de grens.

O ja, we hebben nog een keer de trein genomen in onze vakantie. In Trier. 2x €9 en dan hebben we de hele maand juni gratis reizen in al het Duitse OV. OK, dat is een actie van de nieuwe Duitse regering. Maar toch…

Joop

Het laatste woord over Corona

Nou Ernst, doe ik een uiterst zorgvuldig opgebouwde poging om het woord ‘grensoverschrijdend’ weer een positieve lading te geven, sabel je dat op een zondagnamiddag vakkundig weer neer! Nou, ik kan het wel hebben hoor, want ik lees ook dat we het in de basis eens zijn. En de samenwerking over de D-NL grens heen is dan niet zozeer grensverleggend in letterlijke zin (die kruisjes op het wegdek blijven gewoon waar ze waren) maar zeker in iedere andere zin!

Waar ik je echt moet corrigeren is dat je de opmerking van Freddy Heinzel “Duitsers zijn bereid een stuk vrijheid op te geven voor meer zekerheid. Nederlanders zijn bereid een stuk zekerheid op te geven voor meer vrijheid” als een grapje afdoet. In tegendeel. Ik heb de feiten nog nooit zo krachtig samengevat gehoord.

Eén van de redenen dat ik mijn vorige blog schreef is juist dat ik weet (ik heb er zelf 55 jaar gewoond) dat we in de Randstad nauwelijks meekrijgen wat er in de Duits-Nederlandse verhoudingen speelt, hoe intensief en vergaand de betrekkingen gaan en hoe groot soms ook de culturele verschillen zijn. Ja, er waren ook in Duitsland Wappies op straat. Misschien wel evenveel als in Nederland. Dus een heel klein groepje met een heel grote mond. Maar het gedrag van 90% van de Duitse bevolking in relatie tot Corona is echt heel, heel anders dan dat van de Nederlander. En dat heeft me af en toe best wel in een spagaat gebracht.

In Nederland lijkt het laatste woord over Corona inmiddels wel geschreven en gesproken. De krant en de TV hebben het er nog nauwelijks over. Op straat speelt het alleen als iemand het toevallig net heeft gekregen: “Ja sorry, gaat niet lukken. Heb voor de tweede keer Corona.” In de Duitse media is het nog steeds een belangrijk thema. Minder uiteraard dan van de winter maar wel nog iedere dag. Over welke maatregelen we alvast voor de herfst moeten nemen. Of de mondkapjes niet op meer plekken terug moeten. Of de regering niet veel te slap is geweest.

Te slap??? Goeiemorgen… De handhaving hier is strenger dan zelfs ik soms verdragen kan. Juist vanwege die vele uitnodigingen hebben wij ons vorige week weer eens laten testen. Stond in het begeleidend schrijven, althans in de Duitse: “Wij stellen het op prijs als u zich tevoren laat testen. Wij zorgen voor voldoende ventilatie. Wij verzoeken u etc. etc.” Dus wij lieten ons testen. Testen weet je wel? Met zo’n staafje in je neus boren. Deden ze in Nederland vroeger ook. Dat kan hier overigens nog steeds op 200 meter afstand en wel gratis. 

Ik kom binnen in het testcentrum, volkomen leeg op de dienstdoende corona-snuffelaar na die in ‘Ganzkörperkondom’ (beschermende kleding, schoenen, mutsje, mondmasker én vizier) ons achter een plexiglas scherm opwachtte. Streng: “Heeft u een mondkapje bij u?” Nee, verrek, ligt in de auto. “Dan moet u dat eerst even halen.” Nu moet je weten dat het precies 4 meter is naar de stoel waar ze de test binnen de 5 seconden afnemen. Daar maken ze hier een wedstrijd van, zoals het Red Bull Team bij de bandenwissel van Verstappen. Wie is het snelst? En op die stoel moet ik, om begrijpelijke redenen, het mondkapje tóch weer afdoen. Maar ik ga daar niet eens meer over in discussie (wat wel de neiging is. We blijven Nederlander!) maar loop dus met mijn staart tussen de benen schuldbewust terug naar de auto. Verena kijkt me daarbij hoofdschuddend na: “Sukkel”.

Ik kan zo nog uren doorgaan maar als vastgesteld: Nederland heeft de buik vol van Corona en wil er niets meer over horen. Dus ik laat het hier bij dit ene voorbeeld.

Nou vooruit nog eentje dan, omdat je zo aandringt. We hebben van de week onze tweede booster gekregen. Booster, weet je nog? Zo’n opfrisprik. Ja een tweede. Verena leek dat een goed idee om te voorkomen dat onze op handen zijnde vakantie in het gedrang komt door de vele met Corona besmette Nederlanders vrienden die ons vrolijk vertellen dat het na twee dagen alweer over was en we dus best kunnen afspreken. Overdreven die booster? De Nederlander in mij zegt van wel. Maar ach, baat het niet dan schaadt het niet. Ik had opnieuw geen last van het prikje. En voel me toch ineens een stuk vrijer!

Joop

De cartoon is met dank aan John Körver